De vader van Aukje van Gurkom was, zoals gezegd, Willem Theodorus van Gurkom. Hij was geboren op 14 nov 1785 te Leeuwarden (doop 07 dec 1785 Leeuwarden religie: NH), als derde kind van Petrus van Gurkom en Aukje van Boerum.
Willem was blijkbaar een slimme jongen, want hij ging naar de Latijnse School, zeg maar Gymnasium, in Leeuwarden. Hij wordt in een advertentie in de Leeuwarder Courant een “in vorderingen en gedrag zeer uitmuntende leerling” genoemd. De oratie die hij houdt bij het afscheid van de school in 1803 heeft als titel “in Laudem Justi Vondelii” (tot lof van Joost van Vondel).
Na zijn opleiding aan de Latijnse school ging hij, wat wij zouden noemen, medicijnen studeren, in Groningen, al stond die opleiding natuurlijk nog volledig in de kinderschoenen. Hij staat genoteerd als student in de Studentenalmanak (Album studiosorum Academiae Groninganae), waar hij was ingeschreven op 22 aug 1802. Die studie voltooide hij in april 1809 met een Thesis “pro gradu doctoratus”.

Een jaar later trouwde hij, inmiddels 25 jaar oud op 8 juli 1810 te Holwerd met Neeltje Symons Schaap (geb. 27 april 1794 te Ferwerd ovl. 03 mei 1855 te Leeuwarden).
Volgens bovenstaande tekst vestigde Willem Theodorus van Gurkom zich in 1819 in Leeuwarden, maar hij woonde eigenlijk in Holwerd. Hij nam daar een jaar later een apotheek over van een collega, Dirk Stelwagen, die chirurgijn was te Nes (Ameland):
Willem Theodorus van Gurkom.
1820 Holwerd, notaris B. Ypma.
Koopakte.
Betreft de verkoop van een apotheek, koopsom fl. 700.
– Dirk Stelwagen te Holwerd, verkoper.
– Willem Theodorus van Gurkom te Holwerd, koper.
Bron: Toegangsnr. : 26.
In 1820 overleed de zuster van Willem Theodorus: Anna Catharina van Gurkom. In de memorie van successie die werd opgemaakt door de notaris in Leeuwarden wordt Willem Theodorus genoemd als apotheker te Ternaard. Dat ligt een paar kilometer oost van Holwerd.
Daar, in Holwerd, werden in 1813 zijn twee kinderen geboren, de tweelingen Aukje en Petrus, en daar had hij zijn praktijk als Medicinae Doctor.

fragment uit die lijst:

Terzijde:
De eeuwenoude tweedeling van het medisch beroep in chirurgijns die de uitwendige en medische doctoren die de inwendige geneeskunde uitoefenen is in de achttiende eeuw nog volledig intact. Voor zover beide groepen beroepsmatig met elkaar te maken hebben zijn de chirurgijns de uitvoerders van de opdrachten en aanwijzingen door de ‘medecijns’ gegeven. Van enig sociaal verkeer tussen beide beroepsgroepen is, gezien de veel lagere plaats die de chirurgijns op de sociale ladder innemen, in de achttiende eeuw geen sprake.
In 1700 zijn de chirurgijns in gilden georganiseerd. Binnen de structuur van het gilde krijgt de aanstaande chirurgijn een praktische opleiding van een meesterchirurgijn in de, voor de gilden kenmerkende, één op één leersituatie van meester en gezel.
Na een voltooide leertijd van vier jaar en een met goed gevolg afgelegd examen wordt een ‘Acte van Vrijheid’ uitgereikt waarmee de kandidaat zich als ‘vrije meester’ kan vestigen.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen hele en halve (vrije) meesters. Die van het halve ambacht mogen zich uitsluitend ‘bemoeijen metter chirurgije en wat daer aen cleeft’.
Die van het hele ambacht mogen daarnaast een barbierswinkel houden, aderen steken, tanden trekken en scheren. De nadruk op het ‘barbieren’ heeft een economische reden, voor de meeste vormt het een onmisbaar deel van hun inkomen.
De chirurgijns oefenen hun beroep uit, deels in hun ‘winkels’, deels ten huize van hun patiënten en, voor zover ze in een openbaar ambt zijn benoemd, in gasthuizen en gestichten.
In 1798 worden de gilden, die men in strijd acht met het vrijheids- en gelijkheidsideaal van de Franse Revolutie, door het uitvoerend bewind van de Bataafsche Republiek opgeheven.
De medicinae doctores
De achttiende-eeuwse medicinae doctor (medecijn) heeft, na een vooropleiding aan een Latijnse school, aan de medische faculteit van een hogeschool (Leiden, Utrecht, Franeker, Groningen of Harderwijk) geneeskunde gestudeerd en deze studie met een verplichte promotie afgesloten.
De hiermee verkregen academische titel van m.d. (medicinae doctor), die naar de gewoonte van die tijd áchter de familienaam wordt geplaatst, geeft aan de drager ervan de bevoegdheid de inwendige geneeskunde uit te oefenen.
Om zich te vestigen heeft de doctor toestemming nodig van het stadsbestuur.
Bron: CHIRURGIJNS, DOCTOREN, HEELMEESTERS en ARTSEN
op het eiland Walcheren 1700-2000; © Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen
Dertien jaar na de geboorte van zijn kinderen werd hij benoemd tot Officier van Gezondheid der 2e klasse bestemd voor de dienst in Oost Indië. Hij was toen al officier de 3e klasse dus blijkbaar was hij al enige tijd in dienst, en waarschijnlijk opgeleid in Utrecht. In dat jaar, in 1826, werd hij vermoedelijk uitgezonden, en hij zou niet meer terugkeren. Toen zijn dochter Aukje ging trouwen met Rinze Jans Brouwer was hij dus niet aanwezig. Hij kon zijn toestemming niet geven.
Hij overleed, 48 jaar oud, op 15 april 1834 te Weltevreden (Java).
In de memories van successie in Tresoar vond ik een tekst die me verwonderde. Er staat dat Willem Theodorus van Gurkom
“overleed op 15 april 1834 voorheen geneesheer te Holwerd; overleden te Weltevreden (Java); erfgenamen zijn Anke (vrouw van Rinze Jans Brouwer, schipper Nes/AME) en afwezige Petrus van Gurkom, zeeman Nes. Er behoorde geen onroerend goed tot de nalatenschap”
Het wonderlijke hieraan is natuurlijk dat zijn vrouw niet genoemd wordt: Neeltje Symons Schaap (ovl. 03 mei 1855 Leeuwarden). Alleen zijn kinderen erven; die zijn dan 20 jaar oud (Aukje is dan al getrouwd en haar broer Petrus zwerft ergens op zee).
Had Willem een verstoorde relatie met Neeltje? Ging hij daarom naar Java? Daar is misschien nog een aanwijzing voor:
Neeltje woonde na het overlijden van haar man tot aan haar dood bij haar dochter Aukje in huis.
Zij staat in het bevolkingsregister genoteerd als bewoner van het huis Zuidvliet nummer 57, vanaf 1836. In de bewonerslijst staat het hele gezin genoteerd van Rinse en Aukje, benevens Neeltje Schaap en ene Marius Simon. In totaal 16 personen.
Wie was deze meneer Simon?
Hij blijkt een gepensioneerd Ritmeester der Kurassiers te zijn. Zijn volledige naam was Marius Joachim Moesberg Simon. Marius was geboren op 10 januari 1796 te Leeuwarden, gehuwd op 12 april 1830 te Zutphen, met Gerardina Henriëtte Johanna Op Ten Noort.
Zij was een dochter van Willem Reinier op ten Noort (1771-1824) en Maria Elisabeth (van) Graswinkel (1773-1803). Deze naam: Willem Reinier op ten Noort, trof ik aan in een lijst: Suriname en Nederlandse Antillen: Vrijverklaarde slaven (Emancipatie 1863). Blijkbaar was zijn familie betrokken geweest bij het slavernijverleden op de plantage Vossenburg te Suriname. Van beroep was hij inmiddels advocaat.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Reinier_op_ten_Noort
Gerardina Henriëtte was overleden op 20 mei 1834 te Arnhem. Marius was toen 38 jaar oud. Had hij wellicht een nieuwe liefde gevonden bij Neeltje? Immers ook haar echtgenoot overleed in 1834 en zij was toen ook 38 jaar oud. Nergens vond ik van Neeltje of Marius een ander huwelijk, en ze woonden wel beide tot hun dood (Marius overleed, 55 jaar oud, op 29 Mei 1851) in hetzelfde huis.
Aan het eind van zijn leven was Willem Theodorus dus van beroep “Chirurgijn bij de Koloniale troepen te Batavia in Nederlands Indië, Officier van gezondheid op het eiland”.
Chirurgijn, dat klinkt heel gewichtig en eigenlijk vrij normaal in onze oren maar hij had die kennis om te beginnen van zijn voorvaderen, en die konden ook iets dergelijks, maar zij waren opgeleid als scherprechter, en zo kwam hij aanvankelijk aan zijn anatomische kennis.
Petrus van Gurkom, zn. van Dirk Theodorus van Gorcum (Vh) (Mr. scherprechter) en Aurelia Atsma, ged. te Leeuwarden op 12 okt 1759, assistent scherprechter, Lid Fraterniteit te Leeuwarden in 1786, Burger geworden te Leeuwarden op 27 jan 1786, Lid Volkssociëteit te Leeuwarden in 1795, woont Tweebaksmarkt o.z.B. 214 bij Volkstelling te Leeuwarden in 1808, renoueur, ledesetter te Leeuwarden in 1845 (meer over Petrus)
Dus tja de doodstraf werd afgeschaft (1870) en lijfstraffen ook dus wat moest zo’n nazaat van een beul dan gaan doen….Dan werd hij dus iets medisch zoals chirurgijn, een eerzaam beroep en bovendien kwamen de families van de scherprechters uit hun sociaal isolement. Uit zo’n nest kwam Aukje van Gurkom dus en zo kon een meisje uit een beulenfamilie nu rustig trouwen met een Brouwer.

Bron van de afbeelding: Geneeskundig tijdschrift voor Nederlandsch Indië, Batavia 1859
===============
Links:
Officier van gezondheid
Album Rinze Jans Brouwer
Begrafenis Christiaan van Gurkom 1755 (overgrootvader van Willem Theodorus)


Recente reacties