(praatje gehouden in de afscheidsdienst in Wassenaar dd 6 December 2012; van deze dienst is een geluidsopname bewaard gebleven)
Zij was mijn tweede moeder. Dat is heel luuks, als je er twee hebt. Ik had geluk. Vooral de tijd dat zij directrice was van Rust en Vreugd was heel bijzonder. Voor mijn zus en mij en ook voor neef Wim was het park en het huis een soort sprookjesparadijs. Ik deed er vakantie werk, als receptionist, of huishoudelijk werk of ik werkte met de tuinmannen. Ik had er een geweldige tijd, als op een vluchtheuvel. Daar was het goed en veilig en kon ik onbezorgd opgroeien.
Zij kwam uit een gezin met drie dochters en ik was zoon van de oudste dochter Elta. Ik groeide op in Den Haag met mijn zusje Helma, maar altijd hebben we de weldadige invloed gevoeld van het land van herkomst van tante Berta. Ulrum. Ook daar was het goed toeven, net als op Rust en Vreugd. En zo was tante Berta een vrouw van twee werelden: Wassenaar en Ulrum. Van beide genoot ze haar hele lange leven.
Een derde kring waar ze mij introduceerde was in Amerika. Bijna de gehele familie Pool was immers in verschillende golven in de 19e eeuw geëmigreerd. Alleen de opa van tante Berta, Albertus Pool, bleef achter en daarom zijn wij hier. Maar er is altijd contact gebleven met de Amerikaanse verwanten. Tante Berta vond mij de geschikte persoon om dit contact aan over te dragen, en zo geschiedde. Ik ben daar geweest en de contacten gaan dus weer een generatie verder door. Klaas Pool, tante Berta’s vader stuurde alle 3 zijn dochters naar Amerika. Vooral om ze een ruimer perspectief te bieden naast het wereldje van Ulrum. Tante Berta is er, na het overlijden van haar man Homme, zelfs anderhalf jaar geweest en dat gaf haar voor de rest van haar leven enorm veel warme contacten.
Toen ze mij vroeg om de contacten in Amerika te gaan onderhouden ben ik eerst eens gaan uitzoeken hoe die familieverbanden eigenlijk lagen, en dat resulteerde uiteindelijk in een stamboomonderzoek. Nadat ik de familie Pool in kaart had gebracht kwamen natuurlijk ook de andere verwanten aan de beurt. Ik vroeg haar bijvoorbeeld naar de grootouders van haar moeder. Daar viel een stilte. Het bleek dat die kant van de familie, in het verleden, gehuld was in geheimzinnigheid en eigenlijk schaamte. Toen ik tante Berta op een goede dag verheugd alle geheimen van haar moeders familie kon onthullen was ze maar gedeeltelijk blij daarmee. Eigenlijk was niemand gebaat met dat soort informatie na 150 jaar en ik deed er maar beter het zwijgen toe. Ik begreep dat niet maar achteraf is mij er wel uit duidelijk geworden dat zij de wereld van het Groningse land en de eeuwenoude zeden en gebruiken niet was vergeten. Zij begreep heel goed hoe dat daar werkte en ik bleek toch een Haags stadsjongetje met weinig antenne voor dat soort gevoeligheden. Enfin, ik zou nog uren kunnen doorgaan met verhalen maar dat zal ik natuurlijk niet doen.
Weet u dat de laatste bekeuring die ik voor haar betaalde ongeveer een jaar geleden werd uitgeschreven? Ze reed toen te hard, en ook daarna is hard gegaan. Het laatste jaar van haar leven was zwaar. Ze had er op gerekend dat ze terecht zou kunnen in het Johannahuis, maar dat liep mis. Het was pijnlijk en ze werd zoals we allemaal weten, door een fout in de medische administratie, opgesloten op een afdeling voor demente bejaarden. Nooit heeft ze geklaagd. Ze had het er goed zei ze, maar we wisten allemaal dat ze niet in die omgeving hoorde.
Er vormde zich een kring rond haar in die laatste tijd. Familie en vrienden en vriendinnen uit haar Haagse en Wassenaarse omgeving maar ook ver in Nederland die haar trouw bleven bezoeken. Dat was goed om mee te maken. In het verpleeghuis was men onder de indruk van die kring, en mij deed dat goed.
Donderdag, vandaag een week geleden, heb ik daar, voor het laatst, nog een lange tijd met haar gezeten. Ze was toen al ver weg met haar geest, met af en toe een opleving en blijk van herkenning en contact.
Ik heb veel aan haar te danken, en ik ben blij dat ik haar dat, bij verschillende gelegenheden, heb kunnen zeggen. We zullen haar missen, en tegelijk weten we ook, dat het zo goed is. Ze was klaar met leven hier. Morgen brengen we haar lichaam terug, naar het land van herkomst, en naar haar man.
Zo hoort het en zo is het goed.’

Recente reacties