Eltje Martina Pool * 28-02-1919 te Ulrum † 17-03-1991 te Voorschoten

Foto hierboven heb ik gemaakt 14 dagen voor haar overlijden. Locatie was Hotel Landgoed Het Roode Koper in Ermelo. Prachtige ambiance waar ze haar verjaardag vierde, omdat ze het thuis niet meer kon volbrengen.
Verhalen en teksten van en over mijn moeder
In a nutshell
Mijn moeder Elta Pool was de oudste dochter in een gezin met drie dochters. Als jong meisje was ze een beetje scheel geweest. Een oogcorrectie op lage leeftijd heeft dat verholpen. Haar gezondheid was nooit erg florissant. Vaak had ze bloedarmoede en hoofdpijn. Ik weet niet beter dan dat ze ’s middags altijd even moest rusten.
Ooit was ze verloofd met ene Lammert Donker. Dat geheim is me slechts gedeeltelijk ontsluierd. Lammert was de zoon van een keuterboertje uit Vierhuizen. Zijn moeder zag de relatie van haar zoon niet zitten en dus verbrak hij de verloving. Een klap in het gezicht van Elta.
Maar dit was lang niet zo interessant als het verhaal van hoe Henk Stam in haar leven kwam. Dat gaf haar leven een enorme wending. Vanuit de klei getrokken, getrouwd in 1946, gelijk een kind van 11 jaar, op de boot naar Amerika en ruw gescheiden van haar man. In 1948 kon haar huwelijk pas echt beginnen. In Den Haag of all places!
Zij was degene die mijn vader overhaalde om na verloop van tijd een huis te kopen. De generaal zag veel beren op de weg, maar de ondernemingszin van haar vader zat haar in het bloed en zo kochten ze tot twee maal toe een huis. Maar in de schuld staan leek tegennatuurlijk. En dan de schuld niet aflossen helemaal!
Voor de kerk was ze ook altijd druk, bijvoorbeeld als ouderling. Ze werkte ook een tijd in de Schilderswijk van Den Haag in een soort van evangelisatie. Kerkdiensten met stevig dampende “hoeren en tollenaars” in een café op zondagmorgen. Daar genoot ze van.
Ze vond het ook prachtig om naar recepties te gaan met haar man, de generaal. En gasten ontvangen kon ze als de beste. Ze liep dan op haar tenen en moest vervolgens dagen bijkomen. Zelfde strategie als haar moeder.
Ongeveer twee en een half jaar voor haar dood kreeg ze te horen dat ze de ziekte van Kahler had. Een vorm van kanker waar men nauwelijks iets aan kon doen. We hebben weinig gemerkt van haar lijdensweg, want als ze zich niet goed voelde wilde ze niemand ontvangen. Het werd een gevecht dat zij en mijn vader tot het laatste tegen beter weten in hebben gevoerd, met altijd hoop dat het goed zou komen. De dag van haar dood reed ze met de auto naar de haven in Scheveningen om nog even een paar haringen te kopen. Daarna ging ze haar haren wassen in de wasbak en kreeg een hersenbloeding die fataal was. Binnen een kwartier was ze overleden.

Jeugdjaren


Eltje Martina Pool in haar doopjurk (maart 1919)
Die jurk was een geschenk van haar grootmoeder Eltje Hammingh omdat zij vernoemd was. Alle kinderen van Elta, Corrie en mij zijn er in gedoopt of hebben er tenminste mee geposeerd.

Er was een zeer vriendschappelijke band met de overburen. Een kruidenier genaamd Willem Tent met zijn vrouw (Geertje Sennema). De kruidenier was getrouwd in 1916 en de koperslager in 1918.
Mijn moeder met Bert Tent een zoon van de kruidenier.
Zij waren kameraadjes en in hetzelfde jaar (1919) geboren. Bert zou jong overlijden: 18-10-1949 30 jaar oud. Hij was nog wel aanwezig in 1946 bij het huwelijk van mijn ouders.
Later was daar Jannie Tent, getrouwd met Broer Bakker. Zij was levenslang vriendin met Berta Pool. Ook zij waren in hetzelfde jaar geboren: 1923

in het midden Henderika Siegers en Klaas Pool met Berta tussen hen in de anderen zijn vermoedelijk de knecht en de dienstmeid
Mijn moeder groeide op in Ulrum. Haar ouders hadden daar een bedrijf in de Noorderstraat. Het bestond uit een winkel met huishoudelijke artikelen, maar ook kachels en fietsen. Bovendien was er een werkplaats om fietsen te repareren. Er verder verhuurde haar vader radio’s toen die hun intrede deden in de samenleving en ten slotte was er in de tijd waarin zij opgroeide de aanleg van elektriciteit in de huizen. Ook dat deed haar vader en daartoe had hij een opleiding gevolgd. Maar bij voorkeur noemde hij zich koperslager. Achteraf bezien was dat toch meer een hobby, en vele producten van zijn hand zijn in ons bezit.
Die knecht op de foto is misschien Louwinus Huizenga. Tante Berta was erg op hem gesteld. Hij woonde met zijn vrouw Tine in Kollum. Louwinus en Tine kregen daar zes kinderen en tante Berta heeft contact met ze gehouden. Louwinus overleed in 2002.
In 1926 overleed in Uithuizen een broer van Klaas Pool: Marinus. Zijn vrouw Anje Smidt bleef achter met haar vier kinderen en een winkel annex fietsen herstel werkplaats. Klaas Pool besloot toen Louwinus te vragen of hij bij Anje wilde gaan werken. Dat was een groot verlies voor Klaas en een goede oplossing voor Anje.
Louwinus en Tine gingen jarenlang elke zomer met hun kinderen naar Huisje Martha op Schiermonnikoog. Net als wij en ook nu nog trof ik in de gastenboeken leden van de familie Huizenga aan, bijvoorbeeld Willem die een pagina vol schreef over die herinneringen.
vlnr Berta, moeder Henderika en Elta
Locatie is Onderdendamsterweg te Winsum ten huize van Kornelis Siegers en Eltje Hammingh, de grootouders. DD juni 1926
Elta is hier dus een jaar of zeven.
Ze keek een beetje scheel. Haar brilletje heb ik nog. Een oog is rechtgezet voor ze naar de middelbare school ging.

Schoolfoto lagere school Ulrum 1930. Elta is 11 jaar
Commentaar van Fred Reenders bij deze foto:
Op de foto (voor ons) links naast jouw moeder: mijn tante Liny. Rechts achter jouw moeder: Bertha (met wit kraagje en strik in het haar; stippeljurk)
Links naast Liny: mijn vader (op de knie-en met wit kraagje) [= Frits Reenders]. De beide jongens die achter mijn vader en Liny staan zijn: links: Reender (oom Renie) en rechts: (met bijna kaal hoofd en flaporen): Gerard.
Dus middelste rij derde van links: Elta Pool, achter haar rechts boven haar zus Berta Pool
Aulina Catharina Kruizenga, dochter van Gooitzen Kruizenga en Martje Reenders.
Roepnaam: Liny, geboren 13 nov 1920, overleden 14 mrt 1999 Zoutkamp, 78 jaar
Gehuwd 04 mei 1945 Ulrum (41 jaar gehuwd) met:
Louwe Feitsma, Geboren 04 mrt 1920 Oldekerk, overleden 2 feb 1987 Zoutkamp, 66 jaar
Frederik Reenders, zoon van Marinus Reenders en Henderika Egberdina Kruizenga.
Roepnaam: Frits, geboren 08 sep 1924 Bedum, overleden 15 okt 2008 Doetinchem, 84 jaar. Beroep: verkoopleider
Gehuwd 17 dec 1948 Groningen (50 jaar gehuwd) met:
Johanna Gerredina Bakker, dochter van Willem Bakker en Theodora Gijsbertha Sluik.
Roepnaam: Joop, geboren 27 mei 1925 Groningen, overleden 25 aug 1999 Doetinchem, 74 jaar
Geert Reender Reenders, Roepnaam: Gerard, geboren 02 apr 1917
Reender Geert Reenders, Roepnaam: Renie, Geboren 22 jul 1919


Over het algemeen waren Elta’s schoolrapporten prima. Dit jaar sprong er uit door de bedroevende resultaten.
2e klas ULO 1932/1933
Er zal wel een rimpeling in haar bestaan zijn geweest. Ze was 13 en puber.

Elta Pool schaatst op de ijsbaan in Leens met Coen van de Wal. Ze is daar een jaar of 17. Coen is voor mij een onbekende.
Het gezin Pool

Deze foto is gemaakt in 1943. Klaas Pool en Henderika Siegers zijn 25 jaar gehuwd. Elta is 24 jaar oud. Berta, links is dan 20 en Corrie, de jongste is 14.

Persoonsbewijs dat Elta bij zich droeg gedurende de oorlog
In 1936 werd er een ‘Bevolkingsboekhouding’ gemaakt door het hoofd van de Rijksinspectie van de Bevolkingsregistraties, te weten Jacobus Lambertus Lentz. Later zouden de Duitse bezetters deze meneer Lentz vragen om voor alle Nederlanders een persoonsbewijs te ontwerpen. Hij maakte dat, nagenoeg onvervalsbare, document wat de Duitsers enorm heeft geholpen om bijvoorbeeld Joden op te sporen.
Het is me nog niet duidelijk wie deze H.M.Stam is. Mijn vader of mijn broer?
Schiermonnikoog
Er zijn heel wat foto’s gemaakt bij het huisje Martha op Schiermonnikoog. Janna Pool en Arie Smit hadden een perceel gekocht op het eiland en er een huisje op laten zetten. Janna was een zus van Klaas Pool en de verstandhouding met die Smitten familie was erg goed.


Vlnr mijn oma Henderika Siegers En dan broer en zus Klaas en Janna Pool Rechts Arie Smit de man van Janna Foto genomen in 1944 naast het huis in de Noorderstraat Ulrum
Elta Pool met Martha Smit (naar wie het huisje vernoemd was)
Daaronder haar broer Fré Smit en Tjits zijn verloofde en daaronder hun broer Jan Smit
Foto van zomer 1944
Elta is dan 25 jaar.
Stroomversnelling
Elta Pool zou het die winter van 1944 enorm druk krijgen. Ze was om te beginnen verloofd met ene Lammert Donker. Een kleine boer in Vierhuizen. Zijn ouders waren Jan Donker en Grietje Renkema. Jan Donker, landbouwer, overleed, 46 jaar oud, in 1938. Zoon Lammert was toen 21 jaar.
Enfin, die verloving zou verbroken worden omstreeks 1944.
Elta als boerin in spe op het land van haar verloofde
In de familie overlevering werd het zo verteld: Weduwe Grietje Renkema zou in de verdrukking komen als haar zoon Lammert zou trouwen met die bijdehante Elta Pool. Haar positie op de boerderij was dus in het geding. Ze drong daarom aan bij haar zoon om een ander meisje te zoeken. En zo geschiedde. (Lammert Donker geb. 05-10-1917, overl. 18-07-1996 trouwde met Aaltje de Boer geb. 07-02-1921, overl. 05-08-1999)
Een klap in het gezicht van Elta, maar toch was het goed. Nu had ze de handen vrij voor het lastige traject dat voor haar lag.
Toen de episode met haar verloving achter de rug was kwam de overval en plundering van hun huis aan de Noorderstraat. Haar vader werd gevangen gezet.
En vervolgens, toen Klaas Pool net weer terug was thuis, stond mijn vader onverwacht voor de deur. Het was toen 2 januari 1945. Kort daarna verscheen ook mijn broer.
Mijn broer beschrijft deze geschiedenis in zijn boek. Hij fietste met zijn tante Jo naar Amersfoort vanuit Utrecht. In Amersfoort kreeg hij te eten en werd vervolgens ingestopt in bed door ene, voor hem volledig onbekende, mevrouw Holwerda, echtgenote van dominee Benne Holwerda. Deze man werd later hoogleraar aan de Vrijgemaakte Hogeschool te Kampen en een zoon van deze Benne, ds. K.B. Holwerda was jarenlang (tot 1969) predikant in Zalk voor de ouders van Gerda.
(Benne Holwerda (1910-1952) trouwde 1934 met Margje Jantina Goris (1911-1992))
Small world
Stormen in Ulrum
Dus op 19 december 1944 was Klaas Pool teruggekeerd en op 2 januari 1945 stond mijn vader voor de deur.
Dat waren kort op elkaar wel heftige gebeurtenissen. De familie Pool wist niet dat Henk Stam zou komen. Henrik Marinus Stam was met nieuwe papieren die hij had gekregen bij de mensen in Harderwijk, omgedoopt tot Hendrik Marius Storm uit Arnhem. Zo zou mijn broer ook gaan heten.
Ik begreep, lezend in het boek van mijn broer, dat mijn vader helemaal niet van plan was om onder te duiken bij de familie Pool. Hij wilde naar Engeland oversteken om daar zijn diensten als militair aan te bieden. Ulrum lag immers niet ver van zee?
Enfin dat ging niet lukken en de heren Storm bleven bij Pool tot de Duitsers verdreven waren. Dat was vier maanden later al het geval. Op 15 april 1945 reden de Canadezen Ulrum binnen.
Dus in die periode van vier maanden kregen mijn ouders een relatie. Ze kenden elkaar eigenlijk niet, er was alleen wat correspondentie geweest. Dat was zo gekomen:
In de loop van 1942 was er bij de winkel van Pool iemand langsgekomen met een lijst van het Rode Kruis waarop ze konden intekenen om zo als het ware een NL krijgsgevangene te adopteren en hem geregeld pakketten te sturen.
Het was Koert Sterkenburg die langs kwam, en mijn moeder ontving hem. Met de lijst ging ze naar binnen en vroeg haar ouders of het een goed idee was om hierop in te tekenen. Klaas Pool vond het prima, maar hij wilde er geen werk van hebben. Elta zou het allemaal moeten doen.
Zo geschiedde en ze koos, nieuwsgierig, een naam uit de lijst. De meesten waren al voorzien en liefst had ze natuurlijk iemand die interessant was. Van adel of zo. Enfin, ene Stam was nog beschikbaar en die moest het dan maar worden.
Dus Elta stelde een pakket samen en deed er een brief bij. Het eerste contact tussen mijn ouders. Mijn vader ontving zijn eerste pakket van Pool in oktober 1942.

Ja wie had dat ooit gedacht?
Tekst van Klaas Pool. Mijn ouders waren 25 jaar getrouwd op 26 juli 1971. Hij kon er niet bij zijn want zijn vrouw, mijn oma lag ziek te bed. Ze zou overlijden 31 maart 1972 te Ulrum


Er werd getrouwd
Dat viel niet mee, want er was nauwelijks geld, voedsel was nog schaars en dus op de bon, en hoe kom je aan een bruidsjurk? Alles werd opgelost, maar eerst moest de aanstaande bruidegom weer aan het werk. Om te beginnen in Ulrum, NSB-ers die daar waren opgesloten door dorpsgenoten in het station moesten gehoord worden en doorgezonden naar een kamp te Farmsum. Vervolgens werd hij daar een half jaar commandant van dat kamp en hij woonde daar. En daarna moest hij zich melden in Engeland om daar een training en bijscholing te krijgen. En hij moest gezuiverd worden, door een zuiveringscommissie. Kortom Stam had eerst geen rust gehad om te huilen en nu niet om te lachen.
Toen dit alles achter de rug was kon er getrouwd worden op 26 juli 1946. Daar is zelfs film van te vinden op, nu ik dit schrijf, youtube. Maar voordat het huwelijk werd voltrokken moest de bruid worden voorgesteld en geïntroduceerd in Utrecht in de familie Stam.

kerst 1945

zomer1946
Die introductie viel zwaar voor alle betrokkenen. Het lijden en sterven van Tonny was nog zo kort geleden. Tonny had een grote plaats in hun hart gehad en nu was daar ineens Henk met Elta.
Zo snel kon de familie niet schakelen. Het tempo lag onnatuurlijk hoog. Misschien speelden hormonen een rol. En de ambitie van mijn moeder. Ze verlangde er naar om haar grenzen te verleggen en de kleine veilige wereld van haar ouderlijk huis en dorp te verlaten. De prins uit het westen kwam voorbij en ze sprong achterop.

Huwelijk 26 juli 1946
Ze trouwden in Ulrum en ze werden in het huwelijk bevestigd door dominee Riphagen. Dat was de predikant waar mijn vader verbleef in Harderwijk voordat hij in Ulrum arriveerde.

vlnr mijn vaders vader, en voor hem staat bruidsmeisje Bennie, dochter van mijn vaders broer Rinus (liet zich later Benna noemen) . Dan mijn vaders moeder, de bruid, de vader van de bruid, de bruidegom, de moeder van de bruid en zoontje Henk

Staand vlnr: Ellie Siegers (*1930), Martje Pool (*1916), Gré Boerma (*1929), Martha Smit (*1922), J.A.Stam (*1919), A.M.Stöpler-Stam (*1907), A.Stöpler (*1934), F.W.J.Stöpler (1909), Roelie van de Velden-Geertsema, H.M.Stam (*1934), Jantje Valkema, Jan Bouwman (*1908) Jannie Tent, Benna Stam (*1936), Menna Oosterheert van de Velden, Ds Riphagen, C.M.Pool (*1929), Mevr. Riphagen, Jo de Koning, Frouke Bouwman-Meima (*1912), Jantje Pool (*1912) Zittend vlnr: Bert Tent, Job Deknatel, M.H.Stam (*1906), H.M.Stam (*1872), M.A.Stam-vd.Pouw (*1882), H.M.Stam (*1910), E.M.Stam-Pool (*1919), H.Pool-Siegers (*1892), K.Pool (*1891), A.M.Bulthuis-Pool (*1923), H.Bulthuis (*1911) De lokatie was Hotel Friesland in Groningen
Enfin toen waren ze dus een echtpaar met een kind. Ze hadden ongeveer twee maanden om een huishouding op te zetten in Den Haag en toen, op 10 oktober 1946 zou mijn vader in het vliegtuig stappen op weg naar Nederlands Indië. Daar was de oorlog nog gaande. Hij ging dus opnieuw naar oorlogsgebied, en hij zou daar een dik jaar blijven. Facetime was er nog niet en telefoon was zeer gebrekkig. Dus contact ging voornamelijk per brief of telegram en van een huwelijksleven was helemaal geen sprake.
Die periode van een jaar was trouwens een meevaller want de missie was bedoeld om twee jaar te duren. Dus met dat perspectief namen ze afscheid. Mijn vader is brieven gaan schrijven naar baasjes in Den Haag met keer op keer verzoeken om hem terug te laten gaan, met argumentatie erbij dat hij in Nederlands Indië nauwelijks van nut was en in Nederland beter op zijn plek zou zijn. Dat lukte:
Terugkeer in Nederland op 10 januari 1948.

Voordat mijn vader vertrok lieten ze nog een foto maken.

Mijn moeder hield een dagboekje bij op de boot naar Amerika en ook op de terugweg.
Nadat het echtpaar herenigd was werd het tijd om huisvesting te zoeken en het gezinsleven te beginnen.
Frankenstraat 86 Den Haag.
Er was nogal woningnood in die na-oorlogse periode. De overheid verplichtte mensen met ruimte over in hun huis die te verhuren. Zo kwamen zij als inwonenden bij een oudere dame.

In de achtertuin van Frankenstraat 86, op 28 februari 1949, de verjaardag van Elta vlnr Klaas Pool, Elta Stam-Pool, Henderika Pool-Siegers, Jo Stam en op de voorgrond Henk Stam Jr.
Elta was pas bevallen, namelijk op 25-11-1948. Dat kind was door knullig gepruts van de aanwezige arts nagenoeg dood ter wereld gekomen. Daarna volgden Erik in 1950 en Helma in 1954. Alle bevallingen gingen moeizaam.
21 april 1950
Om geen risico te lopen werd besloten na de mislukte geboorte in 1948 om de volgende bevalling te laten plaatsvinden in een eerste klas ziekenhuis. Dat werd de Emmakliniek. Parkweg 21 Den Haag. Daar werd ik dus geboren: Erik Klaas Stam: 3440 gram.
Erik is een vernoeming van Henderika Siegers en Klaas natuurlijk naar Klaas Pool, de ouders van mijn moeder.

We waren verhuisd van de Frankenstraat naar de Erasmusweg nummer 39 Den Haag. Mijn broer was toen 16 jaar oud en hij ging naar de middelbare school, afdeling gymnasium. De school heette Zandvliet en ik heb daar ook een paar klassen doorgebracht.

Foto van 18 februari 1952
De Schilderswijk
Mijn moeder verveelde zich vermoedelijk en ze zocht iets te doen. Uitkomst bracht het evangelisatiewerk in de Schilderswijk in Den Haag. Ze had een tamelijk naïeve kijk op die zaken maar schouder aan schouder met wat rotten in het vak had ze er toch een mooie tijd.
Ik herinner mij drie namen uit die periode: Ds Hoekstra, Wim Verbaan en Noordanus. En een naam van de groep in de Schilderswijk: Ketelbinkies. Wat precies de rol van mijn moeder was in die omgeving weet ik niet. In ieder geval was ze er enthousiast mee bezig. Idealistisch ook om haar bijdrage te kunnen leveren in deze evangelisatie. Ik ging wel eens mee naar de kerkdiensten in de Schilderswijk. Die waren inderdaad een belevenis:
“Die kerkdiensten waren een belevenis”, herinnert E. Noordanus, vormingsleidster uit die jaren, zich. ,,Mensen gingen tijdens de dienst naar de wc. De een nam haar hondje mee naar Modern, de ander een kanarie, die altijd meezong met de zegen. Een moeder van een groot gezin werd tijdens de dienst door andere moeders geholpen met haar verstelwerk.”
Stap voor stap wijdde ds Hoekstra de Modern-bezoekers [de naam van het café waar de diensten werden gehouden] in de rituelen in. Voordat hij de zegen gaf of een kind doopte, legde hij eerst de betekenis uit. Zo werd ook de eerste avondmaalsdienst, in 1968, voorafgegaan door een voorbereidingsdienst met een agapè -liefdemaaltijd- zoals die in de vroeg-christelijke kerk wel werd gehouden. Tachtig volwassenen en vijftig kinderen namen deel aan deze broodmaaltijd, waar zij vragen konden stellen en discussiëren. Hoekstra vond de wekelijkse kerkdienst zo belangrijk, dat hij erop stond die door te zetten in de gezinskampen die elke zomer werden georganiseerd.
Hij reisde persoonlijk af naar de Veluwe, waar de kampleiding met de handen in het haar zat. Noordanus: ,,In ons eerste gezinskamp realiseerden we ons niet dat we in feite de Schilderswijk verplaatsten naar de bossen van Garderen. ’s Avonds hingen er rode lampjes aan de huisjes en werd er flink ‘stuivertje gewisseld’. En overdag deden de mannen wat zij in de vakantie thuis gewend waren: bier drinken. Die eerste zondag was het ook nog eens bloedheet en toen Hoekstra arriveerde voor de dienst, waren ze met z’n allen laveloos. Hoekstra was nijdig, maar de dienst ging door, mét collecte.”
bron: Cokky van Limpt in TROUW op 20 oktober 2000
Ik herinner mij dat mijn moeder deel uitmaakte van die kampleiding.
Ds Wim Verbaan, inmiddels met emeritaat, werd in 1965 als pastoraal werker, maar naar de gemeente gepresenteerd als vormingsleider om het mannenwerk in De Jeugdhaven op te zetten. Zijn hoofdtaak bestond uit het afleggen van huisbezoeken aan buurtbewoners van wie Hoekstra vermoedde dat ze wel zouden openstaan voor een pastoraal gesprek. Ook leidde hij gesprekskringen in de moederclubs en verzorgde hij lezingen-met-dia’s over ‘de bijbel: wat is dat voor een boek?’.
,,Voor mijn eerste huisbezoek moest ik naar Stien O., een omvangrijke prostituee in ruste. Ik had geen idee wat er van mij werd verwacht, maar O. wist er wel raad mee. ‘Jij bent dat jonge domineetje hè? Jou kan ik wel vertrouwen. Als je nu eerst m’n bril zoekt, die is op de grond gevallen. En ga nu ook even op de wc-pot staan om m’n geld te pakken. Dat zit in een plastic zak in de stortbak.’ Ik voelde me hoogst opgelaten, maar nu zou je zeggen: een prima pastoraal bezoek.”
bron: Cokky van Limpt in TROUW op 20 oktober 2000
Deze zelfde Wim Verbaan kwam ik later tegen in Emmen waar wij toen woonden. Ik werd daar in het ambt van predikant bevestigd door hem. (meer over Wim Verbaan)
Het einde
Ongeveer twee en een half jaar voor haar dood kreeg ze te horen dat ze de ziekte van Kahler had. Een vorm van kanker waar men nauwelijks iets aan kon doen.
Wij woonden toen in Den Bosch. Ik was legerpredikant geworden in Vught. Op een avond, ik zat me te vervelen, besloot ik om een kaartje te leggen om inzicht te krijgen in de toekomst. Ik had dat nog nooit gedaan, maar natuurlijk had ik daar een boekje over. Het amuseerde me wel, behalve het onheilspellende bericht dat er iets niet goed was met mijn moeder. Ik weet niet meer hoe het bericht tot mij kwam, maar een dag of zo later werden we telefonisch op de hoogte gebracht door mijn vader.
Voor mij brak er toen een spannende tijd aan. Dit was mijn laatste kans om contact te maken met mijn moeder.
Dus ik schreef haar een brief. De strekking daarvan was dat ik graag schoon schip wilde maken. Alles aan de kant en open kaart spelen met elkaar. Ik kreeg een briefje terug waarin dat werd afgewezen.
Toen heb ik gehuild. Niet meer bij haar overlijden, want mijn rouw was daaraan vooraf gegaan. Het zoeken naar mijn roots was bij haar in ieder geval van begin tot eind een doodlopende weg gebleken.
Een andere pijnlijke eigenaardigheid van mijn moeder was dat geen enkele vrouw voor mij goed was. Ze heeft Gerda nooit geaccepteerd. Tante Berta accepteerde Gerda trouwens ook niet en Magda van Wim ook niet. Tante Berta zei over Wim altijd: “Arme jongen”, en dan bedoelde ze dat hij met Magda was getrouwd. Tante Berta accepteerde Boukje ook niet en ook oom Wim werd niet geaccepteerd, noch door mijn vader, noch door mijn moeder en tante Berta. Er werd neerbuigend over hem gesproken.
Dus als je het bij elkaar optelt dan werd door de dames Pool helemaal niemand van buiten geaccepteerd. Ze waren allemaal slecht of deugden niet. Mijn schoonzus Joke heeft dus nooit echt de rol van schoondochter gehad zoals dat zou kunnen in goede verhoudingen, en Gerda ook niet.
Pijnlijk.
We hebben weinig gemerkt van haar lijdensweg, want als ze zich niet goed voelde wilde ze niemand ontvangen. Het werd een gevecht dat zij en mijn vader tot het laatste tegen beter weten in hebben gevoerd, met altijd hoop dat het goed zou komen. De dag van haar dood reed ze met de auto naar Scheveningen om nog even een paar haringen te kopen. Daarna ging ze haar haren wassen in de wasbak en kreeg een hersenbloeding die fataal was. Binnen een kwartier was ze overleden. Voor pa was het een schok, want de mogelijkheid van haar overlijden had hij verdrongen.


Recente reacties