
tekst in het gastenboek van Huize Martha
Inhoudelijk klopt de tekst niet helemaal maar er zat een kern van waarheid in.
In hetzelfde jaar dat Eva en ik de Nijmeegse vierdaagse liepen was daar ook Willem Huizenga als deelnemer. Hij haalde zelfs de krant toen.

Willem Huizenga tijdens de vierdaagse
https://www.gelderlander.nl/vierdaagse/friese-vierdaagseloper-77-zwemt-de-maas-over~a1bdc7fe/128573056/

De Vierdaagse maakt soms de rebel in Huizenga los. Dan besluit hij als veertigkilometerloper toch maar het extra lusje van ‘de vijftig’ mee te pakken. Of hij steekt zoals drie jaar geleden op de laatste wandeldag de Maas bij Cuijk over. Niet via de speciaal aangelegde pontonbrug, maar zwemmend. ,,Wandelkleren in een plunjezak en op naar de overkant.”
Het kwam hem de laatste keer (bijna letterlijk) op een aanvaring met de waterpolitie te staan. ,,Ze wilden me uit het water hebben. Maar toen vertelde ik dat mijn dochter met de marine in Afghanistan zat en daar op het kamp ook een mini-Vierdaagse liep. ’s Avonds wilde ik haar via de telefoon graag een mooi verhaal kunnen vertellen. ‘Doe haar de groeten’, zei de politie toen. ‘Zwem lekker door’.”
Uit Facebook:
2 mei 2017 ·
#ûnderweis
Willem Huizenga uit Hallum.
Ik ben 40 jaar gymnastiekleraar geweest. Het was mijn doel dat leerlingen plezier in de les hadden. Maar er waren ook leerlingen bij met problemen. Sommigen waren dwars, waren op andere scholen geschorst toen ze bij ons op school kwamen. Maar ik zei dan ook tegen hen: ‘We zijn hier niet om jou klein te krijgen, maar we willen graag dat je groot en zelfstandig wordt’. Ik probeerde altijd naast hen te gaan staan in plaats van boven hen. Deze instelling heb ik ook in het dagelijkse leven. Om naast mensen te staan, niet uit de hoogte. Dan bereik je veel meer dan dat je een eigenwijze kakker bent. Dat past ook binnen het christendom.
In mijn jeugd gingen we in Kollum ’s avonds na 19.00 uur altijd nog even een blokje om door het dorp, even door de winkelstraat. Overal stonden dan groepjes te praten. De één had een mooi verhaal een ander had wat beleefd, het voelde als één groot gezin. Ik vind het jammer dat die sfeer – ook in Hallum – er wat uit gaat.
Als je eens goed in de stront zit, hele ernstige dingen meemaakt – en die heb ik vroeger in mijn jeugd meegemaakt – dan kan dat ergens ook goed voor je zijn. Vroeger in dienst sliepen we op kamers bij elkaar, daar waren ook rotzakken en schobbejakken bij. Ook dat heeft me gevormd.
Mijn vrouw en ik zijn na mijn pensionering veel op reis geweest. Ook in Afrika waar mensen honger leiden. Dan staan mij de tranen soms in de ogen van hoe erg het daar is. Dan is het contrast groot met ons rijke Nederland, waar we wel wat mogen denken om onze zelfdiscipline, niet ons veel te vet vreten. Het is wel eens goed voor de mens om in gebieden te komen waar de mensen het veel armer hebben dan hier. In die ellende kan het me soms verbazen hoe veel die allerarmste mensen toch aan het geloof hebben. Ik ben in 1941 geboren, vlak na de oorlog opgegroeid in een hele arme tijd, niemand had een auto. Maar de kerken zaten nog vol. En nu stromen ze leeg.
Ik vind het belangrijk om vriendelijk te doen naar de mensen die nu uit Hijum, Finkum en Ouwe Syl naar ons in Hallum naar de kerk toe komen. Dat er na afloop voor hen ook een kop koffie is. In Canada moeten ze veel verder rijden, dan zeg je ook niet ‘stop maar wat in de collectezak en sodemieter nu maar weer op.’ Ik vind het belangrijk om dan nog even gezellig te kunnen praten met een kopje koffie erbij.
In de kerk houd ik erg van de muziek en het zingen en dan vooral om te zingen vanuit het gevoel. Ik hou niet van die moeilijke ingewikkelde melodieën; we zitten niet in een koor om elke keer maar weer iets nieuws te moeten aanleren. Als je dan om je heen kijkt dan murmelt het volk wat, maar in een kerkdienst hoort het te galmen. Dat is mooi en dan kom je fluitend thuis.

Recente reacties