In een notendop
Henderika werd geboren in Winsum als oudste van acht kinderen. Opvallend is dat vanuit mijn optiek veel minder bekend is over de familie Siegers dan over de familie Pool. Maar wat ik weet zal ik weergeven.

typisch voor mijn relatie met haar: ze kon niet loslaten
Ik heb niet veel herinneringen aan oma. Ze was meestal erg terughoudend, klagerig en streng voor me. Ik heb bijvoorbeeld nog steeds een hekel aan schoenen poetsen want het was nooit goed genoeg in haar ogen.
Toch waren er ook een paar leuke momenten met oma. Ik herinner me dat ik met haar naar de overburen ging om stroop te halen. Dat was bij Tent, de kruidenier. Die had een groot vat en een enorme houten lepel. Met behulp daarvan werd de strooppot van oma gevuld.
En toen ik eens met een nijptang een spijker uit een plank trok in het schuurtje van opa, schoot de spijker ineens los. De nijptang sloeg hard tegen mijn voorhoofd aan en ik had groot verdriet. Oma troostte mij. Ze kocht bij de andere overburen, de warme bakker Zwartenkot, samen met mij een verse kadet. Ik kreeg er kaas op en de troost die daar vanuit ging was enorm. Nog steeds ben ik dol op verse kadetten met kaas.
Het meeste wat ik nu over Henderika Siegers weet is uit verhalen van anderen over haar. Wat daarvan klopt is dus de vraag. Bijvoorbeeld: ze kreeg twee maal borstkanker, en ik denk dat ze er aan is overleden.
En verder
Henderika was dus de oudste dochter in het gezin van Kornelis Siegers en Eltje Hammingh. Oma was binnen negen maanden na de huwelijksvoltrekking geboren en dat heeft haar zwaar belast.
Tante Berta vertelde dat haar moeder (Henderika) haar leven lang bang was geweest voor buitenechtelijke relaties of kinderen, en de schande die daarmee gepaard ging. Immers: Henderika was zelf het product van een voorechtelijke vrijpartij, en haar vader evenzo.

Marten Reenders en Grietje Siegers
Henderika had één zus: Grietje (vernoemd naar haar oma). Daar had ze volgens mij wel een goede band mee, maar in 1926 emigreerde Griet met haar man Marten Reenders, naar Amerika.
Voor de rest (afgezien van de vroeg overleden kinderen, beide met de naam Drewelina) bestond het gezin uit mannen: Zie het gezin van Kornelis en Eltje. Het waren “wilde kerels”. Ruig, lawaaierig, mannelijk Gronings. Tante Berta vertelde dat ze er niet graag heen ging omdat ze bang was voor die mannen. Ze vond het beangstigend als ze opa Siegers een kus moest geven.

Sietdinus Siegers, Henderika Siegers. Berta Pool, Klaas Pool, Job jan Siegers
Hoe ze Klaas Pool heeft leren kennen weet ik niet. Wel weet ik dat Klaas als knecht in verschillende plaatsen heeft gewerkt, onder meer in Winsum, en daar zal het allemaal wel begonnen zijn. Vader Kornelis Siegers ondersteunde Klaas en Henderika door hen met een lening een huis met schuur in Ulrum te laten kopen. Dat gaf Klaas en Henderika de mogelijkheid om met hard werken een eigen bedrijf en winkel op te zetten.
Klaas zei nooit veel, dus voor het omgaan met klanten in de winkel was hij niet geschikt. Dat deed Henderika. Zij was in staat om met de klanten te wikken en te wegen over de aanschaf van een kachel of een ander huishoudelijk apparaat. Was de klant weer vertrokken, dan was Henderika helemaal kapot. Blijkbaar kostte het haar grote inspanning om dit werk te doen. Maar ze deed het en iedereen roemde over haar “klantvriendelijkheid”. Ze zou nooit een klant overhalen iets te kopen en dat gaf vertrouwen in haar bij haar dorpsgenoten.
Een ander voorbeeld van de rolverdeling tussen Klaas en Henderika was dat er in het gezin, net als in alle gezinnen, wel eens onderwerpen werden besproken en beslissingen moesten worden genomen. Het gesprek ging dan vooral tussen moeder en dochters of andere betrokkenen. Klaas mengde zich niet in de discussies en was vooral luisterend aanwezig. Tot het moeder Henderika te veel werd en dan riep ze altijd getergd uit: “Zeg doe nou ains wat Kloas!“. Dan nam Klaas het woord. Hij vatte de discussie samen en sprak op z’n Gronings de verlossende woorden: “Het lijkt mij dat we het zo moeten doen.” En zo gebeurde het dan ook.
Henderika Siegers gilde vroeger nogal eens in de kerk. Ze had zwakke zenuwen, zei men. Het werk, door de week, in de winkel eiste zijn tol.
Dochter Berta vertelde, dat als dat gebeurde ze de kerk werd uitgedragen. Thuis kwam ze dan in bed te liggen. Tegenwoordig noemen we dat soort gedrag hysterisch. Op latere leeftijd deed ze het niet meer. Ze had ook last van claustrofobie. Dus met een auto door een tunnel rijden was er niet bij. Verder herinner ik mij dat ze altijd met haar hoofd zat te schudden. Was het de ziekte van Parkinson?

Van links naar rechts zittend: Trientje Siegers-Plas, Minnie Reenders, Grietje Siegers, Marten Reenders, Henderika Siegers vlnr staande: Ellie Siegers, Corrie Pool, Job-Jan Siegers, Piek Siegers-Jaarsma, Drewes Siegers, Sien Siegers-Scholtens, Alberta Pool, Klaas Pool, Sietdinus Siegers De foto werd gemaakt in 1950 ter gelegenheid van de overkomst van Marten, Griet en Minnie naar Nederland. Elta niet erbij. Zij moest bevallen.
Griet en Marten emigreerden in 1926. Klaas Pool had er alles aan gedaan om ze te overtuigen hier te blijven. Zelfs werd de mogelijkheid door Klaas geopperd om een boerderij voor ze te kopen. Helaas. De drang was te groot. In 1950 kwamen ze voor het eerst terug (zie foto hierboven). Marten wilde aanvankelijk niet mee, en dus besloot Griet alleen te gaan met dochter Minnie (herkenbaar aan de, voor de Siegers-familie kenmerkende, blonde krullen).
Maar Marten klaagde toen iets in de stijl van:
“Wel mout dan mien kopke thee moakn?”
“Dan ga je maar mee” zeiden de dames.
Eenmaal in Nederland vielen ze van de ene verbazing in de andere over de enorme vooruitgang die hier had plaats gevonden. In hun herinnering was de tijd natuurlijk stil blijven staan.
Recente reacties