
buitenvaarder, geboren circa 1758 te Hollum (gezindte: doopsgezind), overleden op 18-12-1829 te Nes, begraven te Nes alg.C.8.11, zoon van Rinse Jans, meesterbrouwer en wellicht gezagvoerder, te Hollum en Hiltje Joekes.
Jan Rinses trouwde twee maal, te weten met de zusjes Martje en Trijntje.
Het huis waar Jan Rinses met zijn gezinnen woonde bestaat nog. Daar kwamen we achter door in de archieven te zoeken:
In 1810 werd er op Ameland een volkstelling gehouden. Men telde deuren/vensters en zielen. De lijsten zijn bewaard en daar treffen we onze voorouders aan: huisnummer 265 te Nes, bewoner Jan Rinses Brouwer, aantal deuren/vensters 11, aantal zielen 5.
Die zielen waren dus Jan Rinses, zijn vrouw Trienke Hilbrands, twee meisjes uit het huwelijk met Martje Hilbrands namelijk Hiltje (22 jaar oud) en Risje (12 jaar) en een jongen uit het huwelijk met Trienke: Rinze Jans Brouwer (4 jaar oud).
In 1832 werd een kadaster telling gedaan. Ook die gegevens zijn bewaard:
Kadastraal 1832: perceel 391, art.nr. 146, eigenaar Prater, weduwe Tjerk Eesgers (dit is Hiltje Jans Brouwer), beroep arbeidster, woonplaats Nes, soort eigendom huis/erf, grootte 1.65 are.
Toen Jan Rinses overleed in 1829 bleef zijn weduwe Trienke in het huis wonen (ze overleed in huis nummer 265) maar het werd eigendom van Hiltje Prater-Brouwer, dochter uit het eerste huwelijk. Hiltje was in 1829, toen zij het huis erfde, 41 jaar en al weduwe. Haar man was zeeman en vermoedelijk op zee omgekomen.
Huwelijken van Jan Rinses met de zusjes Hilbrands
Gehuwd (1) op 17-06-1787 te Nes met Martjen Hilbrands, 24 jaar oud, geboren op 23-05-1763 te Nes (gezindte: doopsgezind), overleden op 12-11-1803 te Nes op 40-jarige leeftijd, begraven te Nes alg begr.pl. nr C.8.11, dochter van Hillebrand Kersjes en Rixt Jelles.
Gehuwd (2) op 18-08-1805 te Nes met Trijntje (Trienke) Hilbrands, geboren circa 1764 te Nes, overleden op 04-03-1834 te Nes, begraven te Nes alg C.8.11, dochter van Hillebrand Kersjes en Rixt Jelles.
Uit het eerste huwelijk:
1. Hiltje Jans Brouwer, winkelierster, geboren 24 aug 1788 te Nes, gedoopt (doopsgezind) op 09-02-1812 te Nes. Hiltje overleed, 72 jaar oud, te Amsterdam op 1 Maart 1861.
Hiltje trouwde op 17-03-1813 te Nes met Tjerk Eesges PRATER, zeeman, geboren circa 1782 te Nes, gedoopt (doopsgezind) op 14-02-1813 te Nes, overleden omstreeks 1829, zoon van Eesge Hendriks PRATER en Knierke EEKES.
Tjerk overleed voor 1832 want in de kadastrale gegevens van het jaar 1832 staat bij perceel nummer 390 te Nes dat het eigendom is van Weduwe Tjerk Eesegers Prater. Tjerk leefde nog in 1826; zie Rinse Jans.
Na het overlijden van haar man Tjerk verhuisde Hiltje in 1837 naar Amsterdam.
Volgens de bevolkingsregisters van Amsterdam (1851-1853) woonde zij met haar ongehuwde zoon Hilbrand, zeevarende (*1828), ongehuwde dochter Neeltje (=Eelkjen *1826) en ongehuwde dochter Keetje (=Knierke *1815) aan de Rozengracht, huis No 1 (Rijpenhofje) te Amsterdam. Dit was een huis voor arme mensen van de Doopsgezinde gemeente.
Door het overlijden van Tjerk had Hiltje geen inkomsten meer. Pensioen of uitkeringen waren er nog niet in die tijd, dus haar enige optie was een andere huwelijkspartner te vinden. Blijkbaar was dat niet gelukt en dus was ze overgeleverd aan de armenzorg die zij vond in Amsterdam bij de Doopsgezinde gemeente.
2. Risje Jans Brouwer, geboren circa 1798 te Nes, gedoopt (doopsgezind) op 07-02-1819 te Nes, overleden op 03-12-1866 te Nes, algemene begraafplaats Nes (Alg.D.5.6.)
Risje trouwde op 26-01-1829 te Nes met Laus Symens de VRIES, 26 jaar oud, buitenvaarder, geboren op 05-07-1802, overleden september 1839, zoon van Symen Paulus de VRIES en Janke LAUSEN.
(Bij het huwelijk van Jacob de Vries (zoon van Risje en Laus) met Trijntje Portegies verklaart de bruidegom ‘onder eede, dat zijnen vader in de maand September achttienhonderd negen en dertig, bij Sønderog is verdronken’) Laus was schipper op “De Hoop van Ameland“
Uit het tweede huwelijk:
3. Rinze Jans Brouwer, buitenvaarder, scheepsmakelaar, scheepsbevrachter, geboren op 26-11-1806 te Nes, gedoopt (doopsgezind) op 14-02-1830 te Nes, overleden op 14-03-1888 te Leeuwarden op 81-jarige leeftijd.
In de familie Wartena was de volgende tekst overgeleverd in de familiehistorie. Het betreft hier een fragment uit een brief van Jan Rinse Wartena (1896-1983), over zijn voorvader:
Jan Rinse Brouwer van Ameland.
Hij monstert 2e helft 18e eeuw als kajuitsjongen bij een kapitein Hilbrands, later in hogere rangen bij dezelfde kapitein. De reden was niet ver te zoeken. Hij trouwt met een dochter van deze Hilbrands, en als de vrouw overleden is, nog weer met haar zuster.
Omstreeks 1790 is hij zelf al kapitein, naar ik meen in 1792, redt hij in de golf van Riga de bemanning van een in het ijs zinkend Russisch schip. Zelf moet hij ingevroren in Riga overwinteren. Hij krijgt als dank een zilveren lepel, heel ander model dan in die tijd in West-Europa, met de naam van het Russ. Schip erin gegraveerd. “Schiff Kaiser Alexander der Erste”. En een tweede lepel met “Jan Brouwer” erop. Volgens een verhaal, wat mijn moeder van haar vader, dus zijn kleinzoon, gehoord had, was hij ook ereburger van Riga geworden. Gezien die twee lepels kan het best waar zijn.
In 1942 kreeg ik in Leiden een brief van een mij onbekende Mevrouw Engels-Oud in “Huize Spaar en Hout” (het deftigste Doopsgez. tehuis in Haarlem). Dat zij, net als ik, van deze Jan Rinse Brouwer en vrouw Hilbrands afstamde, maar van een dochter. Of ik haar op wou komen zoeken, want dat zij, zelf kinderloos een Brouwer bezit had, dat ze persoonlijk ter hand wilde stellen (ze had onderzoekingen gedaan) aan de eenige afstammeling die de oude naam Jan (Rinse) droeg.
Ik ben met Rob [zoon van Jan Rinse Wartena *1927] haar op wezen zoeken en kreeg toen de beide hierboven beschreven Russische lepels. Ze had wel enkele papieren, maar we hebben niet kunnen uitvinden of we van dezelfde echtgenoten Hilbrands kwamen, maar dat mijn betovergrootvader haar overgrootvader was, stond wel vast.
Tot zover de tekst van Jan Rinse Wartena. Het geeft een aardig beeld van die geschiedenis, en er zijn een paar zaken te verifiëren.
* Om te beginnen die mevrouw Engels-Oud
Zij blijkt een aftstammeling te zijn van Hiltje Jans Brouwer, dochter van Jan Rinses en Martjen Hilbrands en dus is mevrouw Engels-Oud een nazaat uit het eerste huwelijk van Jan Rinses. Jan Rinse Wartena stamt af van het tweede huwelijk, namelijk met Trijntje Hilbrands.
↓ Hiltje Jans Brouwer, (Geb. 24 aug 1788 Nes, Doop 09 feb 1812 Nes religie: doopsgezind, Beroep: winkelierster) trouwde ook met een zeeman: Tjerk Eesges Prater (Geb. ± 1782 Nes, Doop 14 feb 1813 Nes religie: doopsgezind). Tjerk is op zee overleden.
↓ Een dochter van Hiltje en Tjerk was Eelkjen Prater. Zij was Geb. 24 apr 1826 Nes
Gehuwd 27 sep 1866 Amsterdam, Weduwnaar van Hillegonda de Leeuw met:
Pieter Out (Geb. 28 juli 1821 Wormer, als zoon van Pieter Out en Dieuwertje van Kalken, Beroep(en): 1866 timmerman)
↓ Eelkjen en Pieter hadden een dochter Hillegonda Debora Out (geb. 26-08-1867 te Amsterdam, ovl. 21-07-1946 te Ermelo, 78 jaar oud)
Hillegonda trouwde op 01-10-1891 te Amsterdam met haar achterneef Cornelis Engels (bij het overlijden van Hillegonda wordt hij genoemd Pieter Martinus Engels; vermoedelijk een vergissing, geb. 25-10-1854 te Amsterdam als zoon van Engel Cornelis Engels en Catharina Henken)
Voilà mevrouw Hillegonda Debora Out die Jan Rinse Wartena noemt in zijn tekst als mevrouw Engels-Oud.
* Over de lepels:
In de havens aan de Oostzee schonken de cargadoors of bevrachters aan scheepskapiteins die een lading graan innamen een zilveren lepel als kaplaken, dat is een premie boven de vrachtprijs om goede zorg voor de lading te dragen.
Literatuur: – Sneeker Nieuwsblad 14 juli 1950, 29 april 1952. – Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1951. – A.R. Kelder, Maritieme verzamelingen. Cargadoors- of Oostzeelepels, in: De Blauwe Wimpel, jaargang 59 (2004), nr. 11 (bron)
* Over de door Jan Rinse Wartena genoemde kapitein Hilbrands:
Deze man werd later inderdaad schoonvader van Jan Rinses. De naam van deze kapitein was echter niet Hilbrands maar Hillebrand Kersjes geboren te Nes, doop 10 okt 1723 te Ballum. Hij was gehuwd op 7 okt 1753 te Nes met Rixt Jelles, dochter van Jelle Jans en Anna Wijbes. De nazaten van Hillebrand Kersjes zouden later de achternaam De Jong aannemen.
Met zijn tweede vrouw, Trienke, kocht Jan Rinses een paar keer een huis:
Akte No 13
Jan Rinses Brouwer en Trijnke Hilbrands Egtelieden woonagtig te Nes BB ?? op de koop van een huisinge staande en gelegen te Nes gequoteerd met N 235, en op ???? N 154 beswaard met 3 St: Huisstede geld jaarlijks aan het domein hebbende tot naastlegers ten oosten Neke Jelles daar en bekend, ten westen Jacobus Kok, ten zuiden de Heereweg, ten noorden Pieter Gerrits de Jong daar en beklemd kunnende direct vrij worden aanvaard, komende de agterstallige verponding ten lasten der echtelieden kopers.
Thans uiterhand in koop bekomen van Hendze Clasen mede te Nes woonagtig in qlt als gelastigde van Eeke Oepts en Jantje Wierts echtelieden woonagtig te Amsterdam voor een zomma van twee en negentig guldens en tien stuivers te betalen in een termijn bij de laatste proclamatie in zilvere en klinkende munten zonder eenige voor geld gaande effecten met daar te boven de helft der kosten na ’s lands costuum breder volgens koopbrief ter secretary berustende omschreven.
den 27 juny 1810 de 1e procl.
den 11 July de 2e procl.
den 4 Sept de 3e procl.
Akte No 14
Jan Rinses Brouwer en Trijnke Hilbrands egtelieden woonagtig te Nes BB ?? op de koop van een huisinge en erve staande en gelegen te Nes gequoteerd met N234 beswaard met 3 stuivers huisstedegeld jaarlijks aan het domein hebbende tot naastlegers ten oosten Klaas Ydes en Leentje Lammerts, ten westen Wyke Oebles, ten zuiden Eeke Oepts ten Noorden de Heere Weg, blijvende het kleine huisje aan het noord oosten voor de verkoper, kunnende direct vrij worden aanvaard, komende de agterstallige kosten ten lasten van echtelieden kopers.
Thans uiterhand in koop bekomen van Pieter Gerrits de Jong mede te Nes woonagtig voor een zomma van een en zeventig guldens, welke reeds bij het passeren dezer koopbrief is betaald, met daar te boven de helft der kosten na ’s lands costhum breder volgens koopbrief ter secretary berustende omschreven.
den 27 juny 1810 de 1e procl
den 11 july de 2e procl
den 4 sept de 3e procl
bron: Register van kopers G6 1810, blz. 13 en 14
Jan Rinses wordt ook een aantal malen genoemd in het Memori Boeck van Cornelis Pieter Sorgdrager
“Den 17 November 1813 kwam hier heel onverwagt tijding over Holvert dat de Pruisen in Groningen en Leeuwarden waarden hetwelk hier op het land een ongemeene vreugde baarde, Het Geroep van Oranje boven was ongemeen, De Klokken Luide, en de beweging was uitermaten Groot, ‘savonds of ‘snagts wiert er grote baldadigheid gepleegt bij Jan Rinses in huis, kortom een renuvatie omdat hij voorheen als Patriot was bekent geweest,” (blz 168).
Op een reis van 1785 wordt Jan Rinses Brouwer genoemd als stuurman op het schip genaamd Rigaasch welvaren. Kapitein was Hans Hansen.
Onderstaande beschrijving over schade aan schip en scheepslading vindt men terug in de zogenaamde averijgrossen
Bijvoorbeeld
Registratie op 22 juli 1791
Registratie op 19 juli 1793
Direct na bevestiging van zijn tweede huwelijk op 18 augustus 1805 machtigde Jan Rinses zijn vrouw als zaakwaarnemer:
Machtiging op 31 augustus 1805
In een notariële akte opgesteld bij een notaris in Amsterdam werd vastgelegd dat Trijntje Hillebrands, de echtgenote van de op dat moment zieke Jan Rinses Brouwer, mag optreden als zijn vervanger om diens zakelijke belangen te behartigen indien hij op reis is in het buitenland.
Op dezelfde datum werd zijn testament ingeschreven bij de notaris in Amsterdam
Notariële akte (zeeprotest) op 28 december 1816 te Harlingen
Een zeeprotest is de verklaring welke de schipper en de equipage in geval van schipbreuk daaromtrent voor de aangewezen autoriteit moeten afleggen in de eerste plaats van aankomst.
In deze akte wordt Jan Rinses Brouwer, wonende te Riga, vermeld.
Jan Rinses maakte als kapitein tussen 1788 en 1817 reizen vooral naar Riga
Bij een terugreis van Riga naar Amsterdam raakte men op het schip van Brouwer in de problemen. Er ontstond schade en dat werd genoteerd bij thuiskomst door de verzekeringsmaatschappij. Die akte is bewaard gebleven, zie verderop de link bij die reis.
Het komt erop neer dat het schip van kapitein Brouwer in zwaar noodweer kwam. Ze maakten een manoeuvre met het schip om gunstiger ten opzichte van de wind te komen liggen en toen ging de lading schuiven. Zo erg zelfs dat het schip kapseisde. Zelfs de reling kwam onder water te liggen. Er moest continue heel hard gepompt worden met twee pompen want het schip bleek ook nog lek.
Toch wisten ze de haven te bereiken en gingen voor anker. De lading werd gesorteerd: bedorven spullen gingen overboord, wat nog goed was werd opgeslagen en wat beschadigd was werd verkocht.
Het schip werd gerepareerd en de lading weer ingescheept.
Ze waren klaar om te vertrekken maar opnieuw was er een geweldige storm. Een dik touw, waarmee het schip nog vast lag brak af en het sloeg tegen de wal en liep aan de grond.
Ze moesten wachten tot het beter weer werd tot ze van Kristiansand [Noorwegen] konden vertrekken.
Zo geschiedde en op 27 juni 1793 legden ze aan bij Amsterdam.
Ruig werk hadden onze voorouders soms …
| Date | Shipmaster | Place | Departure – Destination |
| 23-05-1788 | Jan Rinses Brouwer | Riga | Amsterdam – Riga |
| 14-07-1788 | Jan Rinses Brouwer | Riga | Riga – Amsterdam |
| 01-10-1788 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Amsterdam – Riga |
| 24-11-1788 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Riga – Amsterdam |
| 10-05-1789 | Jan Rinses Brouwer | – | – – Riga |
| 16-06-1789 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Riga – Amsterdam |
| 08-08-1789 | Jan Rinses Brouwer | Ameland | Amsterdam – Riga |
| 29-09-1789 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Riga – Amsterdam |
| 14-04-1790 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Amsterdam – Riga |
| 23-06-1790 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Riga – Amsterdam |
| 28-05-1791 | Jan Rinse Brouwer | Rotterdam | Amsterdam – Riga |
| 17-07-1791 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Riga – Amsterdam |
| 30-08-1791 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Amsterdam – Riga |
| 04-10-1791 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Riga – Amsterdam |
| 02-07-1792 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | St. Ubes – Riga |
| 22-08-1792 | Jan Renses Brouwer | Amsterdam | Riga – Amsterdam (reis met averij) |
| 21-09-1793 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Riga – Amsterdam |
| 17-04-1794 | Jan Rinse Brower | Amsterdam | Middelborg – Østersøen |
| 24-06-1794 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Riga – Barcellona |
| 21-04-1803 | Jan R. Brouwer | Riga | Amsterdam – Riga |
| 26-07-1803 | Jan Rinses Brouwer | Riga | Riga – London |
| 23-09-1803 | Jan Reint Brouwer | Riga | London – Riga |
| 19-11-1803 | Jan Rinses Brouwer | Riga | Riga – Nantes |
| 19-06-1804 | Jan R. Brouwer | Riga | Bourdeaux – Riga |
| 08-09-1804 | Jan Rinses Brouwer | Riga | Riga – Nantes |
| 13-09-1805 | Jan R. Brouwer | Riga | Amsterdam – Riga |
| 10-12-1806 | Jan Rinses Brouwer | Riga | Riga – Lissabon |
| 21-06-1807 | Jan R. Brouwer | Riga | Ste. Ubes – Riga |
| 23-10-1807 | Jan Rinses Brouwer | Riga | Riga – London |
| 02-06-1814 | Jan Rinses Brouwer | Amsterdam | Amsterdam – Riga |
| 25-11-1814 | Jan Rinses Brouwer | Riga | Riga – Ostende |
| 04-05-1816 | Jan B. Brouwer | Riga | Amsterdam – Riga (op deze reis nam hij zijn 9 jaar oude zoon Rinze Jans mee) |
| 19-09-1816 | J. R. Brouwer | Riga | Amsterdam – Riga |
| 24-11-1816 | Jan Rinses Brouwer | Riga | Riga – Amsterdam |
| 22-09-1817 | Jan R. Brouwer | Riga | Harlingen – Riga |
bron: http://www.soundtoll.nl/www/
Bron van de afbeelding: – Bekendmaekingen



Recente reacties