van 10 mei 1940 tot 24 mei 1940 (K.P. was toen 48 jaar)

Inleiding:
Naast een heleboel zaken die hij deed, was Klaas Pool ook Luchtwachter.
In de 30-er jaren van de vorige eeuw werd de mogelijkheid van het bij verrassing binnendringen van vele vliegtuigen duidelijk. Immers vliegtuigen bestonden nog niet zo lang en ze konden de manier van oorlog voeren enorm veranderen. Dit leidde tot het concept van een permanent in bedrijf zijnd vroeg waarschuwingssysteem (Luchtwacht) bestaande uit vele luisterposten verspreid over een groot gebied.
Dat betekende dus dat er mannen op hoge plekken gingen staan om te luisteren. Soms was dat op een dak, zoals in het geval van mijn opa in Ulrum, en soms werden er torens voor gebouwd. (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Luchtwachttoren)
Toen de oorlog ook in Ulrum uitbrak werden alle luchtwachters opgeroepen. Doordat de Duitsers met parachutisten de verdedigingslinie waren gepasseerd, was het voor de luchtwacht niet zinvol om het werk voort te zetten waarvoor ze waren opgeleid.
Het resultaat was dat Klaas en zijn collega-luchtwachters opdracht kregen in de richting van de vijand te fietsen: naar Amsterdam. Verslag van die tocht staat in het dagboekje.
10 mei
1 uur afgereden van U. [Ulrum] over Kollum. Ben nog bij ’t huis van Louwinus (1) geweest maar Tine was ’s morgens weggegaan naar Winsum. Kalm gereden naar Leeuwarden. Kwamen Jo Kruger tegen in auto. Zijn in gevecht geweest maar allen ongedeerd. In Leeuwarden kazerne ledig. Wij hebben bus genomen en weggereden over Afsluitdijk naar Wieringe polder. Loots uit bed gehaald. Allen samen in schuur geslapen in stro.
11 mei
1 uur gearriveerd. Geslapen tot 5 uur. Koffie gedronken, brood gehaald uit Wieringerwerf. Later teruggetrokken op Wieringerwerf. Daar orders gekregen om naar Amsterdam te gaan. Eerst een warme maaltijd gehad en toen afgereden naar A’dam.
Ons vervoegd bij ons bureau en daar orders gekregen om terug te trekken op Alkmaar. In A’dam Afijn (?) getroffen die heeft ons terecht gebracht. Door de Kalverstraat gegaan evenals ’t vorige jaar maar nu onder andere omstandigheden. Plm vijf uur kwamen wij in Alkmaar aan. Hier worden wij ingekwartierd. Ik bij P. Voorthuizen, Willebrordstraat 5, Alkmaar.
12 mei, Zondag, Pinksteren
Zo’n Pinksterdag niet eerder beleefd. Volgens geruchten geen kerkdienst. Later bleek dit niet waar te zijn. Alle luchtwachters in colonne, wel 200 man, naar de kerk gemarcheerd. Een gewone kerkdienst. Een dienst die mij dubbel greep gezien de buitengewone omstandigheden waaronder zij plaats greep. Uit de dienst, die geleid werd door een hulpprediker gingen wij weer in groep naar onze kwartieren. Koffie gedronken, gegeten (wij hebben een goed kosthuis) en ’s avonds wilden wij naar ’t militair tehuis. Op weg daarheen kwamen wij door 3 wachten. Later kwamen wij een patrouille tegen die ons vertelde dat wij terug moesten gaan omdat het te gevaarlijk was. Er werd in de binnenstad geschoten door en op NSB-ers. De klok sloeg toen zeven en mits die sloeg hoorden wij weer schieten. Bij voorkeur werd geschoten op die tijden dan viel het niet zoo erg op. Wij merkten het wel, de toestand was erg gespannen. Controle zeer streng zoodat wij maar besloten terug te gaan. Verder wat omgehangen op straat en op tijd naar bed.
13 mei
’s Morgens om plm half acht opgestaan. Gegeten. Om half negen appèl.
2de Pinksterdag de hele dag geen kerkdienst. Wat is het een rare wereld. Normale tijd ga je met vrouw en kinderen naar de kerk. Ook weer weldaad die je waardeert nu ik hun kwijt ben. Ik hoop en bid dat wij dat nog eens weer mogen beleven.
Half negen appèl. Nadien op stap gegaan naar militair tehuis waar wij na een paar maal controle goed zijn aangekomen. De huisvader is een Spaans, zoon van mijn oud- schoolonderwijzer Spaans (3). Ik zag mijn oude meester op een foto en dat riep mij hem terug in ’t geheugen (beelden uit vervlogen dagen). De zoon die tehuishouder is een vlotte vroolijke vent. Een waar je je direct thuis gevoeld. Mijn inziens een goed huisvader.
Wij waren daar een club van plm. zes man. Hebben een kop koffie gedronken. Wat bladen ingezien en zoo ging ook deze morgen nogal vlug voorbij. Wel gezellig. In ons kwartier een bakje koffie.
Dan om plm. 1.30 appèl en nadien eten. Zoals gezegd ’t eten smaakt altijd goed. Onze juffrouw kookt goed. Ze heeft het echter niet ruim. Ze zijn met z’n beiden en leven al zeven jaar van de steun. Hij is carosseriebouwer maar steeds werkloos.
We eten echter lekker en als dat afgelopen is besluiten wij om ’s middags nogmaals naar het tehuis te gaan. Wat ons ook gelukt. Onze club is nu groter. We zijn nu wel met een twintig man van onze club. Na een paar uur verdwijnen er sommigen. Die willen nog wat kaarten in een cafeetje. De rest blijft. Gaat wat sjoelen en dammen.
Ik schrijf een briefkaart naar mijn lieve vrouw en kinderen. En als je dat doet dan schiet je gemoed wel vol. Dan valt het niet mee om na te zeggen die tekst die in onze kamer hangt thuis: “Dankt God in alles”.
Maar later is ’t ook weer goed en dan kun je zeggen: Vader Gij weet wat goed voor ons is en Alle dingen zullen medewerken ten goede en dan is het ook weer goed. Er word echter nergens meer naar verlangd dan naar bericht van huis.
Ongeveer half zes gaan we weer naar ons kwartier voor appèl. Nadien eten en dan gaan wij een wandeling maken (want ’t weder is goed).
’t Bevel gaat dat allen om acht uur in huis moeten wezen. Wij zijn echter om acht uur nog niet thuis met het gevolg dat wij een onderofficier met geladen geweer achter ons aankrijgen die ons in huis jaagt. Wij zitten dus op tijd thuis en mogen er niet meer uit. Wij praten wat met onze huisbaas, lezen een geïllustreerd blad en gaan op tijd naar bed. ’t Bed is goed en wij slapen lekker tot plm. 5 uur. Wij staan op om plm. half acht en dan hebben wij

Links Ritzema rechts Pool
Dinsdag 14 Mei
Drie van onze jongens zouden vandaag weggaan naar A’dam. We hadden reeds afscheid genomen toen er bericht komt dat dit overgaat zoodat onze groep compleet blijft (voor hoelang?).
Bij het appèl om half negen horen wij dat wij om elf uur weer aantreden moeten. Traktement beuren. Daar dit echter nog een tijd duurt besluiten wij eerst een wandeling te maken.
Wij lopen wat en praten wat en gaan tenslotte naar onze appèl plaats en krijgen daar te horen dat er geen geld is om soldij uit te betalen. Weer een teleurstelling maar ’t is niet anders en daar gaat het goed om. We hebben voorlopig niets meer te doen.
We zijn moe van de wandeling en besluiten daarom naar ons kwartier te gaan voor een kopje koffie. Verder gebruik ik mijn tijd om dit boekje te schrijven. We gebruiken verder de tijd tot appèl half twee met wat lezen en dan het plan om ’s middags naar ’t militair tehuis te gaan. Of dit gelukken zal dat weet ik niet.
Indien ooit leer ik nu van oogenblik tot oogenblik te leven uit ’s Heeren hand.
’s Middags Alkmaar in, naar tehuis. We komen er goed aan, Dertien van Uith. Afman en ik. Meer bezoek is er niet. Alle soldaten hebben dienst en van onze luchtwachtmensen konden wij niet meer meekrijgen. Het is rustig in het tehuis, heerlijk is dat. Buiten veel drukte van geëvacueerden die aankomen en plaats moeten hebben. Een paar militairen komen binnen.
Nemen afscheid van Spaans en vertrekken naar onbekende bestemming. Het word plm. vijf uur zoodat ook wij vertrekken moeten. Wij nemen ook afscheid. Wij weten ook niet of wij terugkomen.
Terug naar ons kwartier bemerken wij dat er iets gaande is. Veel volk op de been. Groepen soldaten die volledig gepakt afmarcheren net of er iets gaande is. Dat blijkt waar te zijn want als ik dicht bij mijn kwartier ben komt mijn huisbaas en zegt dat er orders zijn gekomen om zich gereed te maken. We moeten vertrekken naar A’dam.
Ik naar mijn huis. Ritzema zit er reeds. Die had mijn koffertje gepakt zoodat ik direct vertrekken kon. Onze kostjuff. schonk nog gauw een kop thee in. Boterhammen hadden ze reeds in mijn overjaszak gedaan zoodat wij spoedig geheel reisvaardig waren. (goeie zorgzame mensen toch, trouwens dat zijn ze over ’t algemeen hier; al onze jongens hebben het goed getroffen). Wij namen afscheid van hun en vertrokken.
Het vertrekken duurde echter nogal wat. ’t Opstellen en de laatste orders afwachten duurde nogal wat maar toch tegen plm. zeven uur reden we af. Bij ’t afrijden hoorden we dat de olietanks bij ’t overzetveer bij A’dam in brand stonden. Dat was gebeurd door Engelsen. Die zouden er last van gehad hebben bij de verdediging. De rook hiervan konden wij in Alkmaar zien. We reden welgemoed af onderweg.
Als wij onderweg zijn bemerken wij dat er toch iets bijzonders op til is. Het is alles vreemd. ’t Bericht ging dat onze koningin met de regering weg is. Dat de NSB de baas is door verraad in de hoogere kringen. Als wij verder rijden wenken de menschen. Wij stoppen even en krijgen te horen: “Het is vrede, wapenstilstand en gaan jullie maar terug”. Maar onze orders luiden naar A’dam en wij rijden door. Verder rijden tot wij opgehouden worden door een militairen post waarbij een lste luit. onze commandant vraagt wat er van de geruchten waar is. Hij trekt met de schouders en zegt dat hij niet anders weet dan dat er wapenstilstand gesloten is.
Bij verder rijden en dichter bij A’dam komen wij dichter bij den vuurgloed van de brandende olietanks. Fantastische rookwolken en een vuurgloed zoals wij nog nooit gezien hebben. Heel A’dam is verduisterd door de zware rookdampen.
Wij passeren deze brandende tanks op plm.150 m afstand, enigszins beschermd door een dunne boomengroep. Wij zien dat er nog wel een zestal van die tanks onbeschadigd zijn maar kunnen weten dat ze er allemaal aangaan. Wij rijden echter door en komen in de buitenwijken van A’dam aan.
Het is hier zwart van volk en in heel A’dam waar wij doorrijden zeer veel volk op de been. Wij komen echter zonder verder ongeval bij ’t stadion (een groot sportterrein) aan. Het einde van onze reis is bereikt.
Tenminste dat meenen wij, maar blijkt mis te zijn. Een daar aanwezige kapitein geeft order om direct terug te keeren naar Alkmaar.
Nadat onze commandant met verschillende officieren gesproken heeft word besloten om direct rechtsomkeerd te maken. Thans is bekend dat Nederland zich heeft overgegeven aan Duitsland. Dit is geen best bericht en de stemming word er niet beter op in de bus.
Ik denk wat heeft God met Nederland voor, wordt het drievoudig snoer: God, Nederland en Oranje, verbroken? Wij nietige menschenkinderen weten niets.
Inmiddels hebben wij A’dam weer achter ons en gaan wij weer op Alkmaar aan. Nog even en wij moeten de brandende olietanks weer voorbij. Het is nog een veel grotere brand geworden. Misschien staan nu alle tanks in brand. Door een politiepost worden wij echter opgehouden. Wij kunnen niet de brandende tanks voorbij zoodat het verkeer omgeleid word en wij een andere weg moeten nemen. Het was veel te gevaarlijk en ook te warm om die brand te passeren door de weg die wij gekomen zijn.
Wij komen weer aan bij het overzet veer. Rijden hierop en worden overgezet. Dicht bij de overkant hooren wij “Heil” zeggen. Wij denken: “t Is mis, Hitler baas in Nederland”. De NSB-ers steken het hoofd op en wij kunnen best een aanval op onze bus verwachten. Net bij ’t verlaten van de pont zien wij dat een groep soldaten hun wapens in het water werpen in de [ ]. Wij zagen het voor onze oogen. Ik weet ze liggen. Dit alles verontrustte ons zoodat wij in een alles behalve prettige stemming terugreden. Toch kwamen wij zonder ongelukken in Alkmaar aan om 10 uur.
Geen bijzondere orders zoodat wij direct onze oude huizen weer opzochten. We werden weer welkom geheeten, dronken een kopje thee en hoorden nog de proclamatie van de opperbevelhebber waarvan de inhoud wel bekend is.
Met gemengde gevoelens hoorden wij dit aan. Nog even praten en dan naar bed. Wij slapen tamelijk rustig. Ontwaken beide met lichte hoofdpijn.
Woensdag 15 Mei
is aangebroken en wat zal deze dag ons brengen. Wij weten het niet maar God zal ook nu voor ons zorgen, dat weten wij zeker.
Wij kleden ons. Eten ons ontbijt met een kopje thee.
Om half negen appèl. Geen nieuws. De commandant zit in de put. Heeft zorg over zijn schoonzoon en aan de toekomst. Er zijn er straks heel wat die gemist worden, zegt hij, en wij weten dat het juist is wat hij zegt.
Wij gaan terug naar ons kwartier. Eerst eens rustig zitten. Ik gebruik mijn tijd om dit te schrijven en straks laten wij een eindje gaan wandelen. Na het eten, dat dit keer voor half twee plaats heeft, hebben wij appèl. Geen bijzonders. Sommige jongens zeggen dat er een paar vliegmachines staan buiten Alkmaar. Wij besluiten die eens te gaan zien.
Het is een tamelijke tippel. Ruim een halfuur, maar we komen er. Een machine zit in de sloot. Een G21. Er staat een wacht bij. Die maant aan tot doorloop en, want er komt meer publiek. Wij maken als soldaten gebruik om een praatje te maken.
Die beide soldaten waren getuige geweest van de aanval op het vliegveld. Dit was zoo onverwachts gegaan dat de soldaten geen tijd hadden om dekking te zoeken. Een Duitse machine was van de zeekant gekomen, onopgemerkt en had een goed geslaagde aanval gedaan op het vliegveld. Een tiental machines vernield zoodat van onze machines ze niet konden opstijgen.
Het was toen gedaan met onze verdediging. Toen ’t afweergeschut in werking kwam was de machine al weer verdwenen. ’t Hele geval speelde zich in een kwartier af. Tot zoover een ooggetuige verslag.
’t Vliegveld mochten wij niet op, zoodat wij, nadat wij de machine bekeken hadden, de terugweg weer ondernamen.
Toen wij terug kwamen in Alkmaar besloten wij om nog naar ’t militair tehuis te gaan. Veilig kwamen wij daar aan. Belden aan, maar Juff. Spaans deelde ons mede dat ze ons niet kon hebben. Om half zeven terugkomen. Wij, moegelopen namen de terugreis aan naar ons kwartier. Even kop thee gedronken en toen om half zes appèl.
Geen bijzonders. Alleen dit, dat wij ons niet van huis mochten begeven. De heele avond in huis blijven. Waarvoor dit ging weten wij niet. Onze bus die ons gebracht had stond voor ons kwartier. Wij zijn daarin gaan zitten zoodat de bus al spoedig gevuld was. Daar wat gepraat en de toestand besproken.
Om plm. 9 uur komt er een order: tijd verzetten. Duitse tijd ingevoerd = 1,40 later. Een van de eerste Duitse maatregelen. Er zullen wel meerdere volgen is de algemene opinie. Met een slag is het nu al na tienen geworden zoodat het nu bedtijd is. Allen zoeken wij ons logies op om te slapen. Dat wel achter niet al te best maar eindelijk lukt het. We slapen goed en daarmee is
16 Mei aangebroken.
Reeds Donderdag om half negen appèl. In groep rukken wij op naar ’t Hoofdbur. Staan daar een tijd en zwaaien dan af. De heele morgen vrij. Om 1 uur weer appèl. We gaan maar wat in de bus zitten. Sommigen kaarten, anderen dammen enz. wat praten.
Om 11 uur gaan wij een kop koffie drinken. Onze huisbaas is Stad in geweest om geld te halen voor stempelen, maar ’t mocht niet baten. Geen geld. Hedenmiddag terugkomen. Ze hebben ’t echter noodig want ze zitten niet dik in de duiten.
Verder hangen we wat om tot appèl. Met een wensch, mochten wij maar weer naar huis en hoe is het thuis gesteld. Niet dat er zooveel zorg heerst op ’t oogenblik maar de post gaat nog niet want er is nog niet een die bericht heeft uit de Noordelijke provincies. Wat zullen onze vrouwen en kinderen verlangen.
16 Mei
Hedenmorgen was het bericht dat de Duitsers gepasseerd waren op weg naar Bergen. Sommige van onze jongens hebben ze gezien. Er is verder niets te doen. De Stad is rustig. Wij worden verder niets gewaar, zoodat wij ’t appèl afwachten moeten.
Na ’t morgenappèl zijn wij rustig in onze bus gaan zitten. Dammen, kaarten, praten enz. Onze Comm. betaalt ons uit zoodat wij weer de beschikking hebben over zakgeld. Even laten scheren (kost 15 ct) en zoo gaat de morgen heen.
’s Middags appèl, geen orders, zoodat wij de Stad ingaan. Wij loopen in ’t Park. Zitten in de zon op een bank en praten wat met soldaten over de geleverde veldslagen en de verdere verschrikkelijke gebeurtenissen die zich afgespeeld hebben. Op de terugreis naar ons kwartier wandelen wij door de Stad. Zien veel Duitse soldaten. Duitse motorwagens rollen door Alkmaar.
Een gedeelte van het park is afgezet door Duitse soldaten. Op mijn vraag of we passeren mogen krijg ik een ontkennend antwoord. Dus draaien wij af, loopen een magazijn binnen en proberen of wij telefoneren kunnen. Doch geen kans. de verbindingen zijn nog niet hersteld. Later zien wij munitiewagens staan in ’t afgezette gedeelte van het park. Dus dat is de reden dat wij niet passeren mogen.
Zoo gaan wij weer op ons kwartier aan.
In de buurt treffen wij onze kameraden die zeggen dat onze chauffeur vertrokken is. Ze hebben hem een adres opgegeven waar hij heen schrijven kan. Misschien is de verbinding Leeuwarden Ulrum intact zoodat onze vrouwen enz bericht kunnen krijgen. Een der chauffeurs die vertrok was een Groninger die woonde in Uith. Die had een zwager in Ulrum wonen. Een zwager van J .te Veld. Tent (4) heeft hem een schrijven meegedaan. En als de post nog niet intact was dan zou die het bericht persoonlijk brengen. We hoop en nu maar dat het in orde komt.
Bij ’t avondappèl geen bijzonders. Wij mogen ons echter niet op straat bevinden. Even gaan wij toch. Op een hoek dicht bij ons kwartier is een kruidenier. Die vraagt ons of wij belang hebben bij een “Standaard”.
Natuurlijk, heel gaarne, want kranten lezen wij niet anders dan de Alkmaarder en die schrijft niets bijzonders als wat de Duitsers willen dat er in komt.
Berichten door de radio hooren wij ook niet. De radio van onze huisbaas vangt niets anders op als Nederlandse Station en dat is voor vandaag V.d 2d [?] alleen uit Duitse koker komende berichten. ’t Is een oud kreng, het toestel, maar we moeten ons er mee redden.
’s Avonds op tijd in huis en om half elf naar bed. Een rustige nacht volgt hierop zoodat wij bij al onze zorgen toch nog dankenstof hebben. Wij hopen en bidden dat wij spoedig naar huis mogen maar dat zal dadelijk nog wel niet gebeuren.
Zo breekt
17 Mei aan.
De dag waarop het een week geleden is dat wij vertrokken. Een week van angst en twijfel van teleurstelling. Een week van smart voor duizenden gezinnen in Nederland en hoe vinden wij onze dierbaren terug? God geve dat het spoedig en gezond moge zijn.
Om plm. 9 uur appèl. Allen in Colonne naar Bureau. Geen nieuws.
Dan maken wij een marsch plm een uur heen en een uur terug. Onderweg zijn militairen aan ’t voetballen. Wij kijken hier een 3/4 uur naar en nemen dan den terugreis aan.
Ik meen Holwerda gezien te hebben Een kleine wagen. Letter A. Beddegoed er in maar eer het tot mij doordrong was hij al weg. Een mooie gelegenheid om berichten over te krijgen. Wij hebben nog niets gehoord.
Verder blijven wij in ons kwartier. Schrijven memories. Tegen 12 uur appèl. Van 12 – 1.30 mogen wij stad in. Ik ga met Ritzema. Wij koopen een psalmboekje met nieuwe testament. Wij vinden het adres waar wij een Standaard kunnen koopen. Gaan dan weer naar huis. (was ’t maar waar). Plm. 2 uur gaan wij eten. Na ’t eten tot tot half zes appèl wat lezen, liggen enz.
’t Appèl levert niets bijzonders op, waarna wij weer stad in mogen. Een groep van onze jongens doet het. Wij gaan naar ons tehuis. Er zijn verscheiden soldaten. Wij praten en lezen wat, wel gezellig zoodat de tijd omvliegt en het heel spoedig tijd is om te vertrekken want half 9 appèl. Duitse soldaten wandelen in de stad. Wij zien er verscheiden. Ze loop en gewoon tussen de burgerij.
’t Appèl levert niets geen bijzonders op, waarna wij naar ons kwartier gaan. Wij moeten nog eten. Onder ’t eten komt er een motor de straat in met twee militairen. Een ervan is Afijn Oosterheerd die moest papieren brengen naar Bergen en maakt van de gelegenheid gebruik om zijn vader even te groeten.
Het doet je goed even een kennis te zien. Hij heeft nog geen bericht van Jo Kruger. Ze hebben nog zorg over hem. Is hij nog in ’t land der levenden? God weet het. Wij gaan spoedig nadien plm. half elf naar bed. Slapen rustig, waar nu
Zaterdag 18 Mei is aangebroken.
8.45 appèl. Geen bijzondere orders. Wij gaan marcheren. Bergemerweg op richting vliegveld. Hier staan 4 vliegmachines lamgeslagen in den morgen van 10 Mei door verraad. Een kapitein is doodgeschoten door zijn luitenant, een verrader. Maar in die tijd was ’t al beslecht en konden ze niet meer opstijgen. Een boerderij gebombardeerd; verscheiden gaten in de grond, gaten in de muren enz. De bewoners vluchtten ’t land in en blijven ongedeerd, een wonder, ’s morgens 4 uur. De Duitsers hadden het gemunt op een munitiebergplaats die hier in de buurt was. Ze hebben echter een verkeerd doelpunt gekozen. De vliegeniers hebben zich vergist of de verraders hebben verkeerde inlichtingen gegeven.
Na dit bekeken te hebben nemen wij de terugreis aan en komen ruim elf uur bij ons kwartier. Onze kostjuff. schenkt ons een kopje koffie en verder blijven wij rustig thuis. Van 12 – half twee mogen wij stad in. Wij doen het niet. Blijven rustig thuis tot het middagmaal en tot 1.15 appèl. Na ’t appèl ga ik wat rusten, wat lezen enz.
4.45 appèl. Geen orders. Dan ga ik met Tent, Wieringa, Noorda stad in een scheerapparaat koopen. Wij gaan eerst het “Hout” in, een mooi plantsoen met open koor, Hertekooi, vogels enz. ’t Is heel mooi in ’t Hout. Alle jonge groen, bloemen bloeien. Als men daar is merkt men niet dat de halve wereld in opstand is en dat de Satan Hoogtij viert.
Op de terugreis naar ons kwartier treffen wij een Groninger onderofficier die diende bij luchtafweer. Die vertelde ons dat hij 3 Duitse machines neergeschoten had bij vliegveld Bergen. 1ste maal kwamen er 6 machines, 5 neergeschoten 2e maal 4 machines, allen neergeschoten. Het was een jongen uit Delfzijl die ons dit vertelde. Nogmaals, was er niet zooveel verraad geweest dan was Nederland niet zoo spoedig onder de voet geloopen. God heeft het echter toegelaten.
Wij kwamen verder op tijd in ons kwartier. ’t Appèl leverde geen bijzonders zoodat wij na ’t appèl eten en thuis blijven. Om plm half elf naar bed.
Nauw lagen wij er of wij hoorden drukte in onze straat. Het bleek dat er Groningers overgekomen waren met brieven van huis. Nooit heb ik meer verlangd naar bericht. God zij geloofd dat thuis alles in goede orde is.
Nu konden wij rustig gaan slapen en is alles goed. De rest, onze thuiskomst, komt wel hopen en bidden wij. Rustig gaan slapen? ’t Mocht wat. De slaap wilde niet komen. Om half twee was ik nog wakker. De emoties waren zeker te groot.
Toch ontwaakten wij ietwat verfrischd. Waarmede
Zondag 19 Mei was aangebroken.
Weer een zondag en niet thuis. Maar toch een betere nu wij weten hoe of het thuis is.
Bij ’t morgenappèl troffen wij Bert Tent (6) en Alf Bulthuis. Hoorden mondeling dat alles goed was. Om 10 uur gezamelijk naar een dienst waar een Ger. Veldpr. voorging. Ds Steenhuis (2) die sprak een opwekkend woord naar aanleiding van Ps 27. Dat doet je goed en speciaal in onze omstandigheden om een goed woord te horen.
Bij ’t middagappèl krijgen wij bewegingsvrijheid. Ik ga echter rustig naar huis om te schrijven deze memories en dan een brief aan de mijnen. Doedens heeft een velletje papier. Ritzema zit beneden en ik boven op de sl.kamer te schrijven tot 4.45 avondappèl.
Na dit appèl gaan wij die willen naar de Ger. Kerk in Alkmaar. Voorganger Cand. van Eerden, een hulpprediker. Een beste a.s. dominee. Een preek over Ps 73 een psalm van Asaf enz. Direct uit de kerk naar ons kwartier, een kopje thee en dan eten. Na het eten een luchtje scheppen en dan appèl. Dit levert geen bijzonders op. M.Bulth. is met Alf (5) naar A’dam geweest vandaag. Er zijn verscheidene joden gedood in A’dam. Opstootjes meen ik gehoord te hebben.
Nog een staaltje van verraad: Plesman direct. KLM is doodgeschoten vorige week. Er kwamen orders van de legerleiding om de lichten van het vliegveld te doven maar hij gaf er geen gehoor aan. Later nog een bevel. Toen is een andere vlieger, Van Dijk, te werk gegaan en heeft hem doodgeschoten. Daarna de lichten gedoofd zoodat de Duitse vliegers geen baken hadden en ’t vliegveld niet vernield is. ’t Heeft echter niet mogen baten maar de verrader heeft het met zijn leven moeten boeten.
20 Mei
8.15 appèl. Dan gezamenlijk naar ’t badhuis. Lekker vervrischt komen wij thuis. Gaan dan een kopje koffie drinken, middag eten, een slaapje doen, appèl 4.45, wachten op ’t avondeten en dan gaan wij stad in. Eerst even naar ’t tehuis een briefkaart voor mijn vrouw gekregen en daarna ’t Hout in. De tijd vliegt om zoodat het spoedig weer tijd is voor ’t avondappèl en daarna in huis en naar bed.
21 Mei
Morgen appèl. Daarna een fikse wandeling. Ruim elf uur weer thuis met blaren aan de voeten, moe, zoodat wij rustig binnenblijven tot middagmaal. Daarna appèl. Verder valt er geen ” buitengewoons voor.
Thans is het 23 Mei
Hedenmorgen zijn wij naar een ontspanning geweest. Een heerlijk ritje. Straks eten. Bijzonders valt niet voor. We zien uit naar bericht van huis, maar vergeefs misschien. In ’t militair tehuis vanmiddag of vanavond eens zien.
Na ’t avondeten bereikt ons het bericht dat wij zaterdag naar huis mogen. Eerst word het niet geloofd maar men hoort het al meer. Wij gaan naar ’t militair tehuis. Geen bericht van huis.
Zeggen tegen den heer Spaans dat wij zaterdag weg gaan. Beloven hem dat wij morgenavond afscheid komen nemen en gaan daarna “’t Hout” in. Op de terugreis merken wij wel dat de geruchten van “de luchtwachters weg” doorgedrongen is. De Friezen en ook de Groningers zijn stapel. Samen komen we echter op tijd op ’t appèl en daarna thuis en op bed.
23 Mei
Sietd. [Sietdinus] en een zekere Weert van Bedum zijn hier geweest, nieuwsgierig waar wij zaten. Om plm 5 uur zijn ze weer weggereden naar Haarlem.
24 Mei

vlnr Ds Steenhuis, Klaas Pool, Ritzema, Mevr. Steenhuis
breekt aan. nog een dag en dan naar huis. Dat heeft de boventoon vanmorgen. Allen samen op een foto. Eerst komt er echter nog een order dat onze veldprediker, Ds Steenhuis ons nog een woordje wil toespreken.
Samen gaan wij de Bergerweg op en zitten dan buiten neer onderwijl Ds Steenhuis ons toespreekt. Een kort, ernstig woord. Hij zeide dat wij, omdat wij naar huis gingen, blijde waren, maar dat er voorzeker nog moeilijke tijden zouden aanbreken want het verlies van mensenlevens en het vernietigen van zeer veel dood materiaal zou een ontzettende verarming met zich meebrengen. En nu kunnen wij nog met elkaar spreken over de dingen van Gods Koninkrijk en de geloovige heeft hier steun aan.
Maar of dat zoo blijven moogt, God geve het, er breken zware tijden aan en hij wekte op steun te zoeken bij God Almachtig.
Bij ’t einde groette hij ons allen en deed ons de groeten mee voor onze vrouwen en kinderen. Het deed mij goed, zo’n persoonlijk woord. Allen tezamen hebben wij toen een paar psalmverzen gezongen, waarna Ds Steenhuis ons voorging in gebed. De morgen was zoo weg.
Na ’t middagappèl komt een kleindochter van onzen hospes ons nog een paar maal afdrukken evenals onze buren Kok en Doedens. De foto’s kunnen echter niet meer klaar zoodat ze nagezonden worden. Met schrijven breng ik verder mijn tijd door tot ’t avondappèl. En dan gaan wij nog eens stad in.
(1) Louwinus Huizenga was de knecht die Klaas Pool hielp bij zijn bedrijf. Hij woonde met zijn vrouw Tine in Kollum, dus net in Friesland. Toen de broer van Klaas Pool, Marinus, in 1926 overleed ging Louwinus naar Uithuizen om daar in de Oosterstraat, naast de smederij van Albertus, weduwe Anje te helpen haar fietsenbedrijf voort te zetten. Het was een groot verlies voor Klaas, maar de redding van Anje. Dat Louwinus er heen ging was een voorstel van Klaas Pool.

Steenhuis als legerpredikant; toen waren het nog enorme “baasjes”
(2) Dominee Steenhuis wordt hier genoemd als Gereformeerd Veldprediker. Hij was dus legerpredikant. Na de oorlog zou Steenhuis de eerste directeur worden van het Protestants Militair Vormingscentrum Beukbergen, waar ik, de kleinzoon van Klaas Pool van 1994 – 1998 die functie zou innemen.
(3) Dat was Leendert Spaans, geboren 09-11-1904 te Uithuizen als zoon van Cornelis Spaans, geboren te Scheveningen, gehuwd in 1893 te Maassluis met Maria Groenewegen en later onderwijzer te Uithuizen.
(4) Tent was de overbuurman, kruidenier Willem Tent. Zijn dochter Jannie trouwde met Broer Bakker.
(5) Martinus Bulthuis en Aalfinus Bulthuis waren broers van Homme Bulthuis waarmee tante Berta later zou trouwen.
(6) Bert Tent was een zoon van overbuurman Willem Tent en jeugdvriendje van mijn moeder.

Recente reacties