
foto gemaakt in 1969 toen mijn vader afscheid nam van zijn werk bij defensie. Links Willem van Rijn de vader van Frank
In de vakanties op Vionar ontmoette ik Frank van Rijn. Hij is een van de zonen van Willem en Tine van Rijn.
Ik herinner ze mij als heel aardige mensen. Willem zou later de hoogste generaal worden en over Tine waren mijn ouders niet te spreken. Zij ging namelijk niet altijd mee naar de recepties die haar man moest bezoeken. Zij vond dat ze geen automatische rol daarin had. Dat paste niet in het wereldbeeld van mijn ouders.
Hun zoon Egmond kwam ik ook tegen op Vionar. Hij zou later admiraal worden en net als Frank fietste hij veel en ver. Ook later ontmoette ik hem nog wel maar hij overleed vroegtijdig.
Willem van Rijn en ook Jan Antonissen en mijn vader kenden elkaar vermoedelijk uit krijgsgevangenschap.

uiterst links op de hurken: Willem van Rijn; tweede van links staande: Jan Antonissen.

Op Vionar vlnr Willem van Rijn, Tine van Rijn, mijn vader, Helma en Bianca Antonissen
Frank en ik zagen elkaar in 1965 voor het eerst. Op Vionar. De ouwelui trokken natuurlijk met elkaar op en Frank en ik ondernamen onze eigen avonturen. Hij woonde destijds met zijn ouders in Steenwijk en in die omgeving was hij een soort kampioen schaken. Hij probeerde mij dat ook te leren, maar met weinig succes.
Het bleek mij dat hij hield van zichzelf afmatten. Ik kon dat ook en urenlang gooiden we keien naar lege wijnflessen die we op een rijtje zetten, en we liepen enorme afstanden samen naar de Romeinse brug en Saint Cézaire.

Frank, mijn moeder en ik op de Romeinse brug
In Steenwijk later gingen mijn ouders nog wel eens op bezoek en daar zag ik hem dan ook weer. Vervolgens verloren we elkaar uit het oog.

Jaren later (11 oct 2003), via Google, vond ik hem weer. Hij was afgestudeerd in Delft en als ingenieur probeerde hij aan de kost te komen door les te geven. Daar was hij echter volkomen ongeschikt voor, en nu bleek hij fietsend zijn tijd door te brengen en hij schreef boeken daarover. Ik kocht ze allemaal. Ik las ze en mailde hem.
Hij reageerde enthousiast en niet lang daarna kwam hij langs in Macharen. Natuurlijk op de fiets en op weg naar een of ander warm buitenland. Sinds die tijd hielden we contact en zochten we elkaar op. Ik bouwde een website voor hem en ik heb jaren die ook onderhouden en zijn berichten erop gezet, tot ik er genoeg van had en alle activiteiten van websites en onderhoud daarvan opgaf.
Ook zette ik een computer voor hem in elkaar met Linux erin zodat hij zijn manuscripten getypt in kon leveren. Een ware revolutie bracht ik teweeg. Hij gebruikt nog steeds dezelfde computer en dezelfde software al is het allemaal niet meer te updaten. Want waarom iets nieuws kopen als hij het nog doet? Frank is een lastig mens soms.
Ooit hadden we de stoutmoedige fantasie dat we samen naar Montauroux zouden kunnen fietsen. En dan verder, via Italië naar Griekenland en zo … Frank leek dat een mooi voornemen en mij ook, maar ik had alleen maar een oude fiets, gekregen van mijn schoonvader. Nou hij had er wel meer dan tien in zijn schuurtje staan en daar kon ik er wel eentje van lenen. Voorwaarde was wel dat ik eerst was moest trainen want anders was het voor hem niet leuk als ik hem niet zou kunnen bijhouden.
Zo gezegd zo gedaan en ik schafte van alles aan om zo te kunnen reizen en ik bepakte mijn geleende fiets om op weg te gaan naar Saint Pierre en Port.
Ik ben daar niet fietsend aangekomen. Ik bereikte Compiègne, waar Tonny destijds woonde. Op een camping daar in de buurt zocht ik contact met haar en ze bood aan me op te halen met de auto. Ik greep dat met beide handen aan want fietsen vond ik nog steeds niet zo leuk.
Gerda haalde me op bij Tonny en met onze eigen auto reden we het laatste stuk naar Saint Pierre en Port.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Voor Frank was zo’n ritje natuurlijk peanuts en al gauw voegde hij zich bij ons

In 2011 kreeg ik als beloning voor al mijn inspanningen voor hem een eerste exemplaar van een boek van hem aangeboden. Ik meen in de RAI of zo. Hij hield er een prachtige toespraak bij vol humor over zijn schaaklessen aan mij en mijn computerlessen aan hem.
Na diep nadenken besloot ik het boek te geven aan iemand die erg belangrijk voor mij is en die het ook zeker zou gaan lezen: Erik Stam, bij het grote publiek nog niet erg bekend en misschien zelfs ook niet bij u, maar u kent ongetwijfeld wél zijn werk. U kijkt er op dit moment zelfs naar: mijn prachtige, boeiende website, die al menigeen lange tijd van zijn werk heeft gehouden, want als je er in begint te lezen is het moeilijk om er mee te stoppen, zo hoor ik van velen.

Ik ken Erik al vanaf 1964 toen ik met mijn ouders op vakantie was in het Zuidfranse dorpje Montauroux. Erik was daar ook met zijn ouders. We maakten er lange wandelingen door het dal van de Siagne, naar St. Cézaire en over de Plaine des Rochers. Toen het eens een dag wat minder mooi weer was heb ik hem schaken geleerd. In één middag presteerde ik het om niet alleen alle regels te behandelen, maar ook een flinke dosis openings-, middenspel- en eindspeltheorie, waarbij matdrijven met paard en loper niet ontbrak, een, zelfs voor gevorderde schakers, vrij taaie klus. Hier bleken voor het eerst mijn bijzondere gaven op het gebied van de didactiek, die mij jaren later tijdens mijn docentschap natuurkunde zo goed van pas zijn gekomen, een docentschap dat overigens maar enkele maanden duurde. Het resultaat van die vijf en een half uur durende schaakles: Erik heeft nooit meer een schaakstuk aangeraakt.
Ruim veertig jaar later nam hij revanche. Hij drong er bij mij op aan dat ik me eindelijk eens een computer zou aanschaffen. Toen ik dat had gedaan vertelde hij me in één middag alles (nu ja, toch wel bijna alles) over de computer, waarbij het rangschikken van digitale foto’s niet ontbrak, een zelfs voor gevorderde computerologen vrij gecompliceerde job. Resultaat…….Ik heb nooit meer……..
Ja, dat had u, geachte lezer, gedacht. Neen! Na vijf minuten was mijn hoofd verzadigd met klik-hier-en-klik-daar en heb ik de rest van de tijd uit het raam zitten kijken naar de vogels en alle wijsheid over me heen laten gaan, iets waarin ik altijd heb uitgeblonken. Bij de volgende computerles van Erik heb ik in een schriftje alle klikken en klakken, die ik nodig heb om een zeker doel te bereiken, opgeschreven zonder er één over te slaan. Dat schriftje leidt mij nu feilloos door het gecompliceerde computerlabyrinth en stelt mij zelfs in staat complexe bewerkingen uit te voeren als het rangschikken van digitale foto’s.
bron: https://www.frankvanrijn.nl/presentatie-van-in-de-ban-van-stempelstan-tijdens-de-fiets-en-wandelbeurs-2011/

2013
Recente reacties