Broer Henk en zus Helma

Henk was natuurlijk mijn halfbroer, de enige zoon uit het eerdere huwelijk van mijn vader met Tonia Menthen. Hij was een jaar of 16 toen ik werd geboren in 1950. Mijn ouders probeerden zich kort na de chaotische na-oorlogse jaren te vestigen in Den Haag. Mijn vader had daar werk als militair en Henk ging naar de middelbare school. Hij deed de gymnasium opleiding op de school Zandvliet. Later zou ik die school ook bezoeken en het aardige was dat er leraren waren die hij ook had gehad. Foeken (Nederlands) Suttorp (geschiedenis) Van As (gymnastiek) en Van Vliet (tekenen) en juffrouw Koman. De loopbaan van Henk op Zandvliet was vlot maar die van mij was kort en beroerd.

Henk heeft zijn levensverhaal opgeschreven in zijn boek “Wat blijft”, en dat hoef ik dus niet over te doen. Bovendien staan er in zijn boek herinneringen aan bijvoorbeeld de oorlogstijd in Ulrum, die een veel beter beeld geven dan ik kan maken. Mijn gegevens zijn uit de tweede hand. Waar ik bijvoorbeeld vragen over had was hoe het ging op de dag van de bevrijding in Ulrum. Wie was toen de baas, en wie zorgde dat mijn vader in het Station in Ulrum de NSB-ers ging verhoren? Mijn broer wist het en schreef het op. Toen ik het boek van hem had ontvangen heb ik het natuurlijk gelezen. Hij was een beetje nerveus in afwachting van mijn reactie, maar toen hij die had gelezen was hij gerustgesteld. Ik zal wat van mijn herinneringen aan hem weergeven. De oudste herinnering die ik aan hem heb is dat hij me meenam op de fiets vanaf de Erasmusweg n° 39, waar we woonden, naar Zandvliet, waar hij vermoedelijk in het laatste jaar zat of zo. Hij leidde me rond, en ik moet toen drie zijn geweest. De volgende herinnering is aan zijn studententijd. Hij zat ergens op kamers. Ik herinner me de naam Juffrouw Rietveld, bij wie hij in huis was. Hij maakte voor mij een boterham met een gebakken ei. Dat ging als volgt: bak een ei in een koekenpan, en laat de dooier heel. Maak in een boterham een gat in het midden waar de dooier in past en leg die over het ei. Keer het hele zaakje desgewenst nog eens om en klaar is Kees.

Een jaar of twee later trouwde hij. Ik herinner me flarden van het diner, en vervolgens dat ik in Drimmelen bij hem en Joke logeerde. Hij was dominee geworden en ’s zondags gingen we dus naar de kerk. Ik moest nog erg basale truken leren zoals een stropdas omdoen en een scheiding in mijn haar leggen. Henk leerde me dat en ik herinner me zijn verbazing dat onze vader me dat niet had bijgebracht. Later hadden we wel sporadisch contact. Het begon eigenlijk weer toen hij in Ouderkerk dominee was. Ik was toen verliefd op een meisje en bij mijn moeder met name ondervond ik daarvoor veel weerstand. Bij Henk en Joke ging ik te rade. Die troostten me wat ze konden, maar eigenlijk riep het vooral bij henzelf de nodige nare herinneringen op aan mijn ouders. We waren in ieder geval lotgenoten in de strijd tegen dit domme oudergedrag.

In later jaren, vooral de laatste tien van zijn leven, hadden we geregeld contact en konden we meer en meer uitwisselen over onze jeugd en opvoeding. Dat was voor ons beide pijnlijk, maar ook nodig en troostend. Op de een of andere manier hebben we elkaar toch kunnen steunen en dat was goed.

Als een heel kostbare herinnering aan Henk koester ik zijn preek bij de begrafenis van ons beider neef, de zoon van oom Rinus en tante Mien, de fotograaf Henk Stam. Die Henk overleed veel te vroeg, en zijn vrouw Trudie had mijn broer gevraagd om de begrafenisdienst te leiden. Henk preekte over de ark van Noach. Kernwoorden die steeds weer klonken tijdens de overdenking waren “en toch”. Dat vond mijn broer de kern van het christelijk geloof. Tegen alles in, als het onmogelijk lijkt …. “toch”. Raar vond ik dan ook de ontboezeming van Christiaan tijdens de begrafenis van zijn vader toen hij vertelde dat hij hem had gevraagd of hij geloofde dat “hierna nog iets is” en dat Henk had gezegd dat hij dat niet geloofde.

Bijlage: In memoriam in het kerkblad van Ouderkerk aan de Amstel Henk schreef nog een boek: Daklozen in Nederland, De Ruiter, ISBN 90-05-15448-9, 1988

Net als ik is ook mijn zus Helma beschadigd. Henk was dat ook, vooral door onze vader en door de onverwerkte rouw over het verlies van zijn moeder, maar Helma en ik kregen er ook nog eens een moeder bij die geen enkel gevoel voor kinderen had. Nog het minste voor haar eigen kinderen. Ik was net iets slimmer dan Helma en dus weerbaarder. Bovendien was Helma ook fysiek beschadigd bij haar geboorte. Vermoedelijk zuurstofgebrek. Haar leven lang hebben haar ouders haar, goedbedoeld, gek gemaakt. Dat is goed gelukt. Ook ik moest een periode van mijn jeugd naar een medisch opvoedkundig bureau omdat mijn ouders geen raad met me wisten, maar Helma bereikte op dat punt helemaal de limit. Hoe de schizoïde trekken zich bij haar hebben kunnen ontwikkelen weet ik niet. Maar het is wel gebeurd en toen ik haar een tijdje in huis had in Kampen als student, werd het te gortig en ik heb haar naar een psychiatrisch ziekenhuis moeten brengen. Daar werd ze opgenomen, en onze ouders waren des duivels: met Helma was niets aan de hand en ik had haar gek laten verklaren.

Ik denk dat Helma de grootste schade heeft opgelopen door onze moeder. Die vertoonde ziek gedrag ten opzichte van haar dochter. Zelfs weet ik nog dat ze Helma opjoeg door het huis aan de Haverkamp. Helma sloot zich op in haar kamer om het vege lijf te redden, en mijn moeder sloeg een gat in de deur. Voor Helma is haar jeugd echt een terreur geweest. Toch hebben we ook wel goede momenten gehad. Met name als we samen naar Rust en Vreugd liepen in Wassenaar, om te spelen bij tante Berta in het park. Dan hadden we even rust. Helma is twee maal getrouwd en twee maal gescheiden. De kinderen die ze kreeg waren allebei geestelijk niet volwaardig. De een zwakbegaafd en de andere debiel. Ze zijn uit huis geplaatst want Helma kon ze niet aan of had ze vermoedelijk wat aangedaan. Zelf kwam ik door de omstandigheden in een positie waarin ik op de een of andere manier voor haar moest zorgen. Weliswaar op afstand, maar toch. Ik moest haar erfdeel beheren, en zorgen dat ze dat op haar 65e zou krijgen. Daarna is er veel gebeurd. Ik ga dat niet beschrijven. contact met haar is volledig verbroken.

Jules Soesman

Iets wat ik me herinner over Helma is dat ze een keertje heel boos was. We woonden in de Mariahoeve in Den Haag. We waren zondagochtend naar de kerk geweest. Met de auto en ze wilde niet mee terug in de auto. Dus ze ging lopen. Boos!
Onderweg wilde ze een weg oversteken en liep pardoes tussen geparkeerde auto’s de weg op en werd aangereden. Gebroken heup. De auto werd bestuurd duur Jules Soesman en die werd de rest van zijn leven een vriend van mijn ouders. Hij was Joods …
Van Helma herinner ik mij dat ze wekenlang met een soort gipsen broek aan in bed lag.

 

Permanente koppeling naar dit artikel: https://stamboek.eu/broer-henk-en-zus-helma/

Stamboek